Ga door naar hoofdcontent
Artikelen‘Sneller op conditie na een hartingreep’
UMCG onderzoekt de effecten van revalideren voor en na een hartoperatie

‘Sneller op conditie na een hartingreep’

Vrijdag 19 maart 2021

Fietsen, cardiofitness, sport en bewegen, ademspiertraining, zwemmen. Nee, dit is geen trainingsprogramma voor topsporters, maar een revalidatieprogramma voor mensen die een hartoperatie moeten ondergaan of kortgeleden zijn geopereerd. Revalideren voor én sneller na een hartoperatie lijkt voordelen te hebben: meer vertrouwen, minder angst, eerder in conditie en minder hartritmestoornissen.

Als ware routiniers plakken vijf mensen ECG-plakkers op hun borst en beginnen aan hun fietstraining. Ze staan bij het UMCG in Groningen op de wachtlijst voor een hartoperatie en volgen een preprogramma in aanloop naar de ingreep. Drie keer per week komen ze een dagdeel naar Beatrixoord, het Centrum voor Revalidatie van het UMCG. Zij behoren tot de 177 revalidanten die sinds het begin van de zogenaamde Heart-ROCQ studie in 2017 zijn ingeloot voor het revalidatieprogramma. De Heart-ROCQ studie is een vergelijking tussen de standaard hartrevalidatie en revalidatie voor en na de hartoperatie.

Eén van de grondleggers van het programma is Prof. dr. Massimo Mariani, Hoofd van de afdeling Thoraxchirurgie in het UMCG. ‘In veel Europese landen start hartrevalidatie kort na de operatie en vindt klinisch plaats. In Nederland begint een patiënt pas vier of vijf weken nadat hij is geopereerd met poliklinische hartrevalidatie. Tel daarbij de periode in afwachting van de operatie op en je komt uit op een lange tijd van inactiviteit, waarin de patiënt veel stress ervaart en conditioneel verder achteruitgaat. Dit kan leiden tot meer complicaties en een langere hersteltijd. In de Heart-ROCQ studie onderzoeken we de effecten van een klinische revalidatie die een dag of vijf na de operatie begint. Om de resultaten van hartoperaties verder te vergroten bereiden we patiënten vier tot zes weken lang goed voor. Wij optimaliseren hun conditie al voor de ingreep. Daarnaast krijgen zij een intensief bewegings- en begeleidingsprogramma voor blijvende leefstijlverandering.’

Fysieke inspanning

Inspanning vóór een ingrijpende hartoperatie, is dat niet gevaarlijk? Mariani: ‘Het moet natuurlijk op een veilige manier gebeuren, daar is ons programma op ingesteld. De fysieke inspanning is op een laag niveau, maar levert meetbare winst op in de conditie van de patiënten. De resultaten verrassen ons zelfs een beetje. Na de ziekenhuisopname zien we ook dat ze vrij snel weer op conditie komen.’

Patiënten die voor een hartklepvervanging of bypass onder het mes moeten, komen in aanmerking voor deelname aan het onderzoek. ‘Iedere deelnemer start met een sub-maximale fietstest’, zegt fysiotherapeut Rob Bertram. Samen met collega Indra Arendz begeleidt hij de patiënten in Beatrixoord. ‘Die test vormt de basis voor het individuele bewegingsprogramma. Het doel van het preprogramma is de conditie optimaliseren en spierkracht opbouwen’, vertelt hij, terwijl hij de ECG’s van de fietsende revalidanten goed in de gaten houdt. ‘Daarnaast krijgen de deelnemers informatie over de operatie en het klinische revalidatieprogramma erna, dat drie weken duurt. Samen met de diëtist praten we veel over leefstijlverandering, zodat bewegen en gezond eten meer een automatisme worden.’

Betonnen muur

Sander Dijkslag (69) volgde begin 2020 zowel het preprogramma als de klinische revalidatie. Toen zijn cardioloog vertelde dat hij drie bypasses nodig had, was het alsof hij tegen een betonnen muur liep. ‘Daar schrok ik van. Samen met mijn vrouw was ik toch best actief. Het maakte me onzeker. De periode tot het preprogramma was mentaal zwaar. Dat veranderde vanaf het moment dat ik bij Beatrixoord begon. Ik kon met al mijn vragen terecht bij de fysiotherapeuten en de psycholoog. En ik vond veel steun bij de anderen in mijn groepje. Lotgenotencontact neemt onzekerheden en stress weg. Ik ben blijven bewegen tot aan de dag van de operatie.’ Die verliep volgens planning. Vijf dagen later meldde Dijkslag zich weer in Beatrixoord. ‘De gedachte dat er goed op me wordt gelet, dat er mensen zijn die weten wat je aankunt, daar heb ik veel aan gehad. Ik heb me zelfs laten verleiden het zwembad in te gaan, terwijl ik eigenlijk watervrees heb. Als ik na de bypassoperatie naar huis was gestuurd en vijf weken op mijn revalidatie had moeten wachten, was dat een hele onzekere tijd geweest.’ Een jaar later stapt Sander Dijkslag nog steeds met veel enthousiasme op de fiets of maakt lange wandelingen. ‘Mijn conditie is echt stukken beter dan voor de operatie. Dat wil ik graag zo houden.’

Positieve resultaten

De Heart-ROCQ studie wordt geleid door onderzoeker Johanneke Hartog. Vooruitlopend op een tussenanalyse dit voorjaar, ziet ze al veel positieve resultaten, zoals een afname van hartritmestoornissen na de operatie. ‘Daarnaast wordt al na acht weken na de operatie een hogere trainingsbelasting bereikt in vergelijking met voor de operatie. En dat vergeleken met patiënten in het reguliere revalidatieprogramma die pas na vier tot zes weken beginnen. De verwachting is dat patiënten hierdoor makkelijker hun dagelijkse leven weer oppakken. Dat betekent een besparing op medische en maatschappelijke kosten.’ Ook ervaart Hartog dat patiënten voor de operatie meer vertrouwen en minder angst hebben.

Voor het groepje van vier zit de fietstraining erop. De ECG-plakkers kunnen er weer af. ‘Het gaat goed’, zegt één van de deelnemers. ‘Ik merk dat ik meer lucht heb dan toen ik aan de revalidatie begon. Het is een prettig vooruitzicht dat ik hier na mijn operatie weer terugkom.’

Beeld: Roel Seidell

Afbeelding voor Carine Harting

Carine Harting

Reacties

    Plaats een reactie

    Word gratis RM lid

    Maak eenvoudig je eigen RM-account aan en ervaar extra leesvoordelen.

    Meer weten? Klik snel op onderstaande button

    Afbeelding ‘Ik leer steeds meer vriendjes kennen’ 3

    Schrijf je in!

    Ontvang de RM nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen over revalidatiemethoden, onderzoek, innovatie en ervaringen van patiënten en zorgverleners.