Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenRevalidatie schoolvoorbeeld van nieuwe definitie gezondheid

Revalidatie schoolvoorbeeld van nieuwe definitie gezondheid

Maandag 1 juni 2015Afbeelding Revalidatie schoolvoorbeeld van nieuwe definitie gezondheid

Volgens arts en onderzoeker Machteld Huber is de gangbare WHO-definitie van gezondheid achterhaald. Ze raadpleegde vele deskundigen uit de zorg en formuleerde een nieuwe definitie. Daarin staan de veerkracht en de eigen regie van de patiënt centraal. ‘Wat dit betreft kan de zorg nog veel van de revalidatiesector leren’, zegt Huber.

De huidige definitie van gezondheid dateert uit 1948, het jaar waarin de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd opgericht. Deze organisatie omschrijft gezondheid als ‘een toestand van compleet welbevinden op fysiek, mentaal en sociaal niveau, en niet alleen de afwezigheid van ziekte’. Machteld Huber begrijpt deze omschrijving in het licht van de naoorlogse periode, maar concludeert dat die niet meer aansluit op de moderne tijd. Zij was huisarts en is nu fulltime onderzoeker van het Louis Bolk Instituut in Driebergen, dat onderzoek doet op het gebied van duurzame landbouw, voeding en gezondheidszorg. ‘Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen antibiotica ter beschikking in de strijd tegen infectieziekten. Het idee heerste dat daarmee een einde zou komen aan alle ernstige ziekten in de wereld. Tegenwoordig zijn infectieziekten niet zozeer meer het grote probleem, maar de chronische aandoeningen bij mensen die steeds ouder worden. Als je met de huidige definitie blijft werken, moet je alle mensen met chronische ziekten eindeloos behandelen om een toestand van compleet welbevinden te realiseren. Dat leidt onbedoeld tot medicalisering en bovendien streef je naar een utopische situatie. Als ik alleen al pijn aan mijn kleine teen heb, ben ik volgens die definitie niet meer gezond. Maar mensen kunnen best wel leven met ziekten en beperkingen. Daar wordt aan voorbij gegaan.’

Basis

Huber beseft dat veel zorgverleners de exacte WHO-definitie niet kennen, maar ze weet ook dat die omschrijving als basis dient voor overheidsbeleid en voor het evalueren van maatregelen in de zorg. Zij vond het daarom noodzakelijk de term gezondheid te herdefiniëren en aan te passen aan deze tijd. Ze kaartte haar plan aan bij de Gezondheidsraad en ZonMw, die meteen het probleem herkenden. Samen met deze partijen organiseerde ze in 2009 een conferentie. Daarvoor werden allerlei deskundigen uitgenodigd, zoals sociologen, filosofen, artsen, beleidsmakers en iemand van de WHO, om over dit onderwerp te discussiëren. Deze bijeenkomst resulteerde in een nieuw dynamisch concept van gezondheid, namelijk ‘gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, mentale en fysieke uitdagingen van het leven’.

Zes hoofdthema’s

ZonMw gaf Huber de opdracht om het draagvlak voor dit concept te onderzoeken, door met patiënten, beleidsmakers en zorgverleners van allerlei disciplines daarover te praten. Een centrale vraag was tevens waar je gezondheid aan kunt aflezen. Huber, die in december vorig jaar op haar onderzoek promoveerde, vertelt dat patiënten heel anders over gezondheid denken dan bijvoorbeeld artsen en beleidsmakers. ‘Voor patiënten gaat gezondheid over het hele leven, terwijl artsen en beleidsmakers vaak uitgaan van een biomedische interpretatie, namelijk de afwezigheid van ziekten.’ De vele geïnterviewden noemden een grote verscheidenheid aan elementen die volgens hen kenmerkend zijn voor gezondheid. Huber bracht die onder in zes hoofdthema’s: lichamelijke functies, mentale functies en beleving, de spirituele/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. ‘Door deze thema’s te gebruiken, kunnen we spraakverwarring voorkomen over wat nou gezond is. Niet dat een dokter iemand op al deze fronten hoeft te kunnen behandelen. Het gaat erom dat mensen het prettig vinden wanneer de behandelaar beseft dat er meerdere levensterreinen zijn die invloed kunnen hebben op hun welbevinden en gezondheid. Het medische domein en het domein van welzijn komen hier bij elkaar. Ik noem deze brede benadering positieve gezondheid, ter onderscheid van gezondheid als afwezigheid van ziekte.’

Verschuiven

Een van de deskundigen die Huber sprak voor haar onderzoek was Casper van Koppenhagen, revalidatiearts in De Hoogstraat. In 2013 promoveerde hij op een onderzoek naar onder meer de kwaliteit van leven van mensen met een dwarslaesie. Zijn kennis kon Huber goed gebruiken voor de uitwerking van haar concept. Tijdens het gesprek met Van Koppenhagen, en eveneens gedurende haar vele lezingen waar ook revalidatieartsen aanwezig waren, viel haar op dat de revalidatiesector eigenlijk al volgens de nieuwe definitie werkt. ‘Als ik hierover praat, herkennen revalidatieartsen deze aanpak meteen. “Dit is gewoon de inhoud van ons vak”, krijg ik dan te horen. Als mensen een ernstige ziekte of trauma hebben, dan verandert hun kijk op het leven en gezondheid. Hun waardenpatroon gaat verschuiven. In de psychologie noemen ze dat de response shift. In de revalidatiegeneeskunde zie je dat heel goed. Revalidanten met een ernstige aandoening komen in het begin in een crisis terecht, maar wanneer ze goed worden begeleid, kunnen ze zich aanpassen aan de nieuwe situatie en de eigen regie in handen nemen. Dat is precies wat de revalidatiegeneeskunde nastreeft en waar de nieuwe definitie van gezondheid over gaat.’

ICF-model

Die response shift ziet revalidatiearts Van Koppenhagen ook bij zijn dwarslaesiepatiënten. Hij verbaast zich er soms over hoe deze revalidanten ondanks hun zware handicap in staat zijn een gelukkig bestaan op te bouwen. ‘Je zou toch denken dat een dwarslaesie de gezondheidsbeleving in grote mate beïnvloedt. Maar als de situatie stabiel is en er bijvoorbeeld geen secundaire complicaties een rol spelen, zoals een blaasontsteking of pijn, dan lijkt het nauwelijks uit te maken hoe zwaar een handicap is. Als het je lukt om je leven op een andere manier te herwaarderen, wat helaas niet voor iedereen is weggelegd, dan ben je in staat weer gelukkig te worden. Het in eigen handen nemen van de regie geeft een enorme boost aan het zelfvertrouwen en daarmee aan het waarderingscijfer voor de eigen gezondheid. Daarom leggen we binnen de revalidatie de nadruk op zelfredzaamheid en autonomie, om revalidanten zo zelfstandig mogelijk te maken. Wij gaan uit van de International Classification of Functioning, Disability and Health. Dit ICF-model kijkt niet alleen naar het functioneren van iemand, maar naar de gehele mens. Dit sluit mooi aan op de nieuwe definitie van gezondheid.’ Van Koppenhagen weet vanuit zijn praktijk dat de behoefte aan zelfstandigheid niet voor alle culturen geldt. Binnen sommige culturen nemen de partner en eventueel de kinderen de zorg volledig over. ‘Zij geven een andere invulling aan kwaliteit van leven. Dat moet je accepteren, ook dat is een eigen keuze.’

Opvoeden

Dat de nieuwe definitie van gezondheid uitgaat van de veerkracht en de eigen regie van mensen, zoals de revalidatie al jaren doet, juicht ook Eleonore Verhaak toe. Zij is revalidatiearts binnen het amputatieteam van ViaReva. Wel weet ze uit ervaring dat het lang niet voor iedereen is weggelegd om die eigen regie ook daadwerkelijk in handen te nemen. Ze pleit ervoor om mensen van jongs af aan daarin op te voeden. ‘Oudere mensen zijn moeilijker leerbaar. Hun persoonlijkheid is in de loop der jaren gevormd en die verander je niet zo makkelijk meer. Jongeren daarentegen zijn flexibeler. Het zou goed zijn als wij hen dat idee van die positieve gezondheid bijbrengen en dat je tevreden moet zijn met wat je wel hebt. Dat het leven komt zoals het komt en dat je niet alles kunt sturen en beter kunt maken.’ Verhaak ziet het als taak van de overheid en de zorgsector om mensen daarin geleidelijk op te voeden. Ze denkt daarbij bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van hulpmiddelen zoals apps die informatie bieden per aandoening. ‘Dan hoeven de mensen niet te googlen en soms tot de meest waanzinnige conclusies te komen. Met zo’n app kunnen ze gerichter het gesprek aangaan met de arts.’

Hip en happening

Machteld Huber heeft inmiddels een zogenaamd spinnenwebmodel ontwikkeld, waarin de zes genoemde hoofdthema’s zijn verwerkt en waarmee artsen hun patiënten holistischer kunnen benaderen. In diverse werkgebieden wordt het concept opgepakt. Zo willen de GGD’en hun volksgezondheidsmonitor met dit model uitbreiden om mensen naar behoefte ondersteuning te kunnen bieden bij het versterken van hun veerkracht. Verder heeft de commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen van het Zorginstituut de contouren van het ‘zorglandschap’ anno 2030 geschetst, waarbij de nieuwe definitie een pijler vormde. Er wordt uitgegaan van het functioneren van mensen en niet van ziekte. Huber gaat het model doorontwikkelen en hoopt daarbij Nederland als proeftuin te kunnen gebruiken. Ook zou ze graag verder in gesprek willen met de revalidatiesector, die volgens haar dus een voorsprong heeft en daardoor een inspirerende werking kan hebben op andere zorgsectoren. 

Verhaak vindt dat een goed idee. ‘Dan moeten die sectoren wel eerst zelf met dit concept aan de slag gaan. Bij eventuele vragen kunnen ze de revalidatiesector raadplegen.’ Van Koppenhagen reageert met enige trots op het verzoek van Huber. ‘De revalidatie werd altijd afgedaan als een grijs vak, maar ik denk dat we inmiddels hip en happening zijn. Het zou de gezondheidszorg helpen om volgens het ICF-model naar gezondheidsproblemen te kijken. Wij als revalidatiesector kunnen laten zien hoe we dat aanpakken. Dat we niet alleen kijken naar het fysieke functioneren, maar ook rekening houden met iemands persoonlijke situatie en de structurele veranderingen van zijn of haar dagelijkse activiteiten. Binnen de revalidatie hebben we daar goede ervaringen mee.’

Auteurs

Afbeelding voor John Ekkelboom

John Ekkelboom

Reacties

    Plaats een reactie

    Schrijf je in!

    Ontvang de RM nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen over revalidatiemethoden, onderzoek, innovatie en ervaringen van patiënten en zorgverleners.

    Gesponsorde berichten