Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenIs meer bewegen écht zo gezond voor revalidanten? Hoogleraar Rienk Dekker levert bewijs

Is meer bewegen écht zo gezond voor revalidanten? Hoogleraar Rienk Dekker levert bewijs

Donderdag 3 november 2022

‘Beweeg toch wat meer, da’s gezond voor je!’ Een advies dat iedereen – fitgirls & sportschooljongens uitgezonderd – wel eens krijgt. Maar wat zijn nou de aantoonbare voordelen van een actieve levensstijl? En wat verstaan we onder ‘bewegen’? Rienk Dekker, revalidatiearts en hoogleraar in het Universitair Medisch Centrum Groningen, heeft naast antwoorden ook enkele praktische tips.

Rienk Dekker is gespecialiseerd in ‘Actieve leefstijl en Revalidatiegeneeskunde’. Dat merken zowel zijn patiënten als zijn studenten. ‘Het is een vast onderdeel van de behandeling én de opleiding’, onderstreept hij. ‘Want de voordelen van een gezonde levensstijl zijn onomstotelijk aangetoond.’

TTTT

Een actieve levensstijl kunnen we allereerst als middel inzetten in de revalidatie zelf. Als iemand in de revalidatieperiode al veel beweegt, herstelt hij sneller, weet Dekker vanuit de wetenschappelijke literatuur en uit ervaring. ‘We werken bij het UMC Groningen met een programma dat TTTT heet: Testen, Trainen, Testen, Thuis. Kom je als revalidant bij ons binnen, bijvoorbeeld met een CVA, dan testen we eerst hoe fit je bent. Aan de hand van die test kijken we hoe je je doelen – bijvoorbeeld weer fietsen, je kinderen bezoeken – kunt bereiken. Het verschil tussen wat je kunt en wat je wilt, drukken we uit in cijfers. Vervolgens werken we met een gericht programma aan de doelen. Je traint en krijgt daarna weer een fitheidstest. We zien dan al bij de meeste revalidanten dat de conditie, kracht en fitheid zijn toegenomen. Dat is objectief te beoordelen, maar zelfs zonder de cijfers laten veel revalidanten weten zich beter te voelen. Waardoor ze eerder geneigd zijn om ook thuis door te gaan met actief bewegen.’

Bewegen als preventiemiddel

Dat laatste is belangrijk in het kader van de ‘secundaire preventie’: voorkomen dat je voor hetzelfde euvel wederom in het revalidatiecentrum belandt. ‘Actief bewegen is sowieso een belangrijk preventiemiddel’, onderstreept Rienk. ‘Je voorkomt er niet alleen meer van hetzelfde leed mee, maar verkleint ook het risico op diverse aandoeningen en ziektes (primaire preventie). Verder kun je door actief te bewegen je ziekte gunstig beïnvloeden en de gevolgen ervan indammen (tertiaire preventie). Daar zijn wagonladingen aan bewijs voor. Zo is in meerdere onderzoeken aangetoond dat bij actief bewegen de kwaliteit van je bloedvaten verbetert. Met name de vaatwand en die is heel belangrijk voor een goede doorstroming. Zeker drie belangrijke patiëntencategorieën in de revalidatie hebben bloedvaatproblemen als oorzakelijke factor: hartpatiënten, CVA-patiënten en mensen met een beenamputatie. Negentig procent van die laatste patiëntengroep overkomt een amputatie vanwege slechte bloedvaten. Door meer te bewegen verkleinen deze revalidanten het risico op een tweede amputatie en dammen zij de gevolgen ervan in.’ 

Nederlandse norm

Er is een Nederlandse norm voor actief bewegen. Volgens die norm moet je allereerst dagelijks minimaal een half uur intensief bewegen. ‘Daaronder valt bijvoorbeeld een half uur tegen de wind in fietsen of stevig doorwandelen. De heg trimmen en daarna de rotzooi opruimen is ook actief bewegen. Verder moet je volgens de norm ook nog twee á drie keer per week spieroefeningen doen. Dat hoeft niet in de sportschool; je kunt in het dagelijkse leven genoeg dingen bedenken. Een zware boodschappentas tillen, bijvoorbeeld. Last but not least is het belangrijk dat je zo min mogelijk zit. Daarmee kun je echt veel bereiken.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, zet Rienk het bureau waaraan hij via Teams dit gesprek voert, in de sta-stand. ‘Geloof me: zitten is het nieuwe roken! Ons lichaam is gebouwd om rechtop te staan. Het hart en de bloedvaten werken op die manier effectiever.’

‘Ik adviseer iedereen om zich aan die Nederlandse norm te houden’, vervolgt Rienk. ‘Maar doe dan wel iets wat je echt leuk vindt. Ga niet zwemmen of naar de sportschool als je dat vreselijk vindt. Geen idee wat je nou kunt doen? Laat je dan verwijzen naar het sport- of leefstijlloket in je revalidatiecentrum of ziekenhuis. Daar horen ze graag wat je wilt en wat je leuk vindt en krijg je op basis daarvan advies. Je kunt via dit loket ook allerlei activiteiten uitproberen. Alleen of met meerderen. Samen met een ander actief bezig zijn motiveert enorm. Dat weten we niet alleen uit ervaring, maar ook uit onderzoek. Zoek dus contact met een lotgenoot. Of vraag een familielid of vriend om dit samen met je te doen.’ 

Kleine stapjes

Nog een tip: als je van niets naar actief bewegen gaat, doe het dan in kleine stapjes. Rienk: ‘Je hoeft niet meteen aan die Nederlandse norm te voldoen. Dat is vaak te veel hooi op de vork, terwijl niets zo motiverend is als iets wat goed uitpakt. Bouw het dus stap voor stap op. Je merkt ook dan de voordelen van een actieve levensstijl. Je voelt je fitter. Je balans bij staan en lopen wordt beter. Ook dat is wetenschappelijk aangetoond. En als je er klaar voor bent, neem je de volgende stap.’

Lichamelijk, mentaal en sociaal

Van bewegen word je overigens niet alleen lichamelijk fitter; ook je mentale gezondheid verbetert. ‘We weten uit onderzoek en uit onze eigen praktijk dat actief bewegende revalidanten hun beperking beter een plek in hun leven kunnen geven. Bewegen is ook goed voor je zelfvertrouwen: zie je wel, ik kan nog wél wat! Bovendien maak je endorfine aan, waardoor je je na afloop lekkerder voelt. Ook het sociale aspect van bewegen werkt bevorderlijk. Sporten is vaak gezellig. Tijdens, maar ook daarna. De “derde helft” is ook zeker belangrijk voor je mentale gesteldheid. De winst behaal je dus op het lichamelijke, geestelijke en sociale vlak!’

Afbeelding voor Olaf van Tilburg

Olaf van Tilburg

Reacties

    Plaats een reactie

    Schrijf je in!

    Ontvang de RM nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen over revalidatiemethoden, onderzoek, innovatie en ervaringen van patiënten en zorgverleners.

    Gesponsorde berichten