ZuPER combineert hartrevalidatie en cognitieve revalidatie na reanimatie

Mensen die na een hartstilstand succesvol zijn gereanimeerd, krijgen daarna meestal hartrevalidatie. Maar veel van deze patiënten kampen ook met concentratie- en geheugenproblemen. Revalidatiecentrum Basalt heeft voor hen een gecombineerd zorgtraject ontwikkeld, waarin ook aandacht is voor deze cognitieve aandoeningen.

Zelf heeft ze er niets van meegekregen. Op zaterdagavond 31 oktober 2016 kreeg Silvia Ahrens (nu 59) uit Nieuw- Vennep een hartstilstand. Haar man John was al naar bed gegaan en vond het vreemd dat zijn vrouw nog niet naast hem lag. ‘Ik ben gaan kijken. Ze zat in de woonkamer in een stoel en bewoog niet. Ik zag meteen dat het mis was en heb direct 112 gebeld. In de ambulance is ze zeventien keer gedefibrilleerd. Twee weken lang hebben ze haar in het ziekenhuis in slaap gehouden. Nadat we met de kinderen eigenlijk al afscheid van haar hadden genomen, zat ze twee dagen later rechtop in bed.’ Vanaf dat moment kan Silvia zich weer flarden herinneren. ‘Ik vroeg aan de verpleegkundige waarom ik daar was. Dat het niet goed met me ging, was al snel duidelijk.’

Ahrens is één van de circa 3500 mensen die jaarlijks in Nederland een hartstilstand overleven. De kans op een succesvolle reanimatie is in ons land twee tot drie keer zo groot als gemiddeld elders in Europa. Dit is vooral te danken aan onze adequate ambulancedienst, de vele beschikbare AED’s (automatische externe defibrillators) en de goede zorg in de ziekenhuizen. Na overleving volgt doorgaans een intensief revalidatietraject. Zo ook voor Ahrens, die na het ziekenhuis werd opgenomen in de revalidatiekliniek van Basalt in Leiden.

ZuPER 
Ze trof het dat ze juist hier terechtkwam, omdat dit revalidatiecentrum een nieuw verbeterd programma heeft voor reanimatiepatiënten. Sander Rodrigo, cardioloog bij Basalt, vertelt dat reanimatiepatiënten volgens de richtlijn in aanmerking komen voor hartrevalidatie. ‘Deze therapie richt zich op de lichamelijke, sociale en emotionele problemen. Maar deze patiënten hebben ook vaak gedrags-, geheugen- en aandachtsproblemen en moeite met plannen. Daarnaast raken ze snel overprikkeld. Om deze cognitieve problemen eveneens de volle aandacht te geven, hebben wij als revalidatiecentrum samen met patiënten het zorgtraject ZuPER opgezet.’

ZuPER staat voor Zorgtraject Postanoxische Encephalopathie na Reanimatie, ofwel een zorgpad voor mensen van wie de hersenen minder functioneren door zuurstoftekort. Één van de ontwikkelaars hiervan is logopedist en klinisch neurolinguïst Liesbeth van der Wal. Als onderzoeker promoveerde zij eind vorig jaar op dit onderwerp aan de Universiteit Leiden. Ze legt uit dat iedereen die na een reanimatie bij Basalt voor hartrevalidatie komt, eerst wordt gescreend. ‘Een verpleegkundige van onze afdeling neurologie laat de patiënt en eventuele partner twee vragenlijsten beantwoorden om te achterhalen in hoeverre iemand is veranderd en minder goed functioneert. Daarnaast neemt deze professional de MoCA-test af. Met dit Montreal Cognitive Assessment kun je snel en objectief screenen op eventuele cognitieve stoornissen. De onderzoeksresultaten gaan naar de cardioloog.’

Milde cognitieve klachten
De cardioloog beslist in overleg met de patiënt welk traject binnen ZuPER het beste bij hem of haar past. Zo volgt iemand die cognitief niets mankeert de gewone hartrevalidatie. Een patiënt die zeer slecht scoort, krijgt volgens het nieuwe zorgpad individuele revalidatie op de afdeling neurologie met de cardioloog op de achtergrond. Van der Wal: ‘Dan houden we nog een tussengroep over met lichte cognitieve klachten, die voorheen alleen hartrevalidatie kreeg. Deze groep krijgt nu deze hartrevalidatie in kleine groepjes in een prikkelarme omgeving en daarna een individueel cognitief traject. Dit traject is afgestemd op de wensen van de patiënt. Iemand die weer wil gaan werken, krijgt uiteraard intensievere begeleiding dan iemand die al tevreden is met het redelijk kunnen functioneren in het dagelijks leven.’

Ook Ahrens viel in de categorie van milde cognitieve klachten. ‘Ik heb moeite met geluiden, ben snel overprikkeld, kan soms niet op woorden komen en het hoofdrekenen is een stuk minder dan vroeger’, zegt ze met tranen in haar ogen. Maar ze is blij dat ze alles heeft overleefd. ‘Ik was net een dood vogeltje toen ik hier bij Basalt binnenkwam. Nu gaat het best goed met mij. De hulpverleners hier toveren met je.’ Ze kan inmiddels weer goed lopen. Als ze echt moe is, gebruikt ze haar rollator of scootmobiel. ‘Tijdens de cognitieve training heb ik geleerd met mijn tekortkomingen om te gaan. Ik neem nu voldoende rust, kies vaker voor mezelf en gebruik regelmatig een rekenmachientje en mijn agenda. Wel jammer dat ik mijn baan als administratief medewerker bij het hoogheemraadschap van Rijnland niet meer kan oppakken. Dat moet ik accepteren maar dat is niet altijd makkelijk.’

Werkboek 
Basalt heeft nu met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) afgesproken dat iedere gereanimeerde patiënt voortaan door een neuroverpleegkundige van het revalidatiecentrum wordt gescreend. Van der Wal hoopt dat revalidatiecentra elders in het land dit voorbeeld van samenwerking volgen en ZuPER gaan implementeren. Tevreden constateert ze dat in de Europese reanimatierichtlijn is opgenomen dat reanimatiepatiënten voortaan gescreend moeten worden. ‘Om professionals te helpen, hebben we enkele jaren geleden een werkboek samengesteld. Je moet als organisatie klein beginnen. Je hoeft niet de hele zorg om te gooien. Geef elkaar ook adviezen. Het maakt je vak toch ook leuker als je patiënten aflevert die gelukkiger zijn.’

 

 

Beeld: Inge Hondebrink