Ben je weleens in een trein gestapt waar je helemaal niet in moest? Of twijfel je weleens of je wel in de goede zit? Zo voelt revalideren voor mij. Als een gedwongen treinreis met onbekende bestemming. Door de bloedingen in mijn hersenstam werd ik in de trein gezet en ik kon er niet meer uit.

Daar zit ik. Wat de eindbestemming is? Wanneer we daar zijn? Welke obstakels je onderweg tegenkomt? En welke medepassagiers ik ga krijgen? Niemand weet het. Je moet je helemaal overgeven. Soms word je alle kanten opgeslingerd, op veel te hoge snelheid en wil je op de rem trappen. Want: kan ik echt zonder rollator of stok lopen? Zak ik echt niet in elkaar? Op andere momenten ga je traag, sta je voor je gevoel stil of moet je zelfs achteruitrijden. Mijn ogen bijvoorbeeld. Het is afwachten of ze minder gaan trillen, maar wat gaat dat proces onwijs traag. En dan de medepassagiers. Hoe fijn is het als mensen een stukje van deze reis gezelliger maken, positiviteit brengen, mogelijkheden zien. Maar soms ook bevestigen hoe naar deze rit is. Juist omdat ik niet kan uitstappen.

Gelukkig kom je onderweg ook langs verrassend mooie dingen. Dat zijn de kleine dingen, die heel gewoon zijn, maar toch zo mooi. Een lichtpuntje voor mij was bijvoorbeeld toen ik een mier over mijn voet voelde lopen en besefte dat mijn gevoel weer terugkwam. Of het geluksmoment dat ik beleefde toen ik zelf weer een maaltijd had bereid, in mijn eigen studentenkamer.

Ik ben al zo lang onderweg, en ik ben er nog steeds niet.

En dan kleuren de ramen zwart, springen je oren dicht en schiet er door je hoofd: ‘Als er nu iets gebeurt op het spoor, zit ik vast onder de grond.’ Zo’n opgesloten gevoel. Dat gevoel kreeg ik toen ik ook nog aangezichtspijnen kreeg, die zorgden voor slapeloze nachten. Met het radeloze gevoel was ik opgesloten in mijn eigen lichaam.

De gedachte dat het weer licht wordt aan het einde van de tunnel, hoe lang je soms ook moet wachten, geeft kracht om door te gaan. Als je in zo’n donkere tunnel zit, is ieder streepje licht welkom. Ik probeer deze op te vangen en te sparen. Zo word ik heel blij van de wind die langs mijn gezicht waait wanneer ik op de fiets zit. En toen ik na een jaar lang revalideren op een racefietstandem 50 kilometer kon fietsen, dacht ik: yes! Ik krijg steeds meer vrijheid tijdens mijn gedwongen treinreis. En dat maakt het de reis waard!

Beeld: Inge Hondebrink