Volgens revalidatiearts en hoogleraar Rienk Dekker zijn er aanwijzingen dat leefstijlrisicofactoren zoals overgewicht en inactiviteit de kans op het krijgen van Covid-19 vergroten en dat de prognose van iemand die aan Covid-19 lijdt, verslechtert. Dat bevestigt voor hem nog maar eens dat meer aandacht voor een actieve en gezonde leefstijl van groot belang is in de revalidatiezorg.

‘In bredere zin is al veel langer bekend dat een actieve gezonde leefstijl belangrijk is. De term BRAVO wordt daarbij vaak gehanteerd om te beschrijven welke elementen invloed hebben op een gezonde leefstijl: de B staat voor bewegen, de R voor roken, de overige letters staan voor respectievelijk Alcohol, Voeding en Ontspanning. Hoewel al deze elementen van belang zijn, heeft bewegen een centrale plaats. Het is onomstotelijk wetenschappelijk bewezen dat bewegen een gunstig effect heeft op het voorkomen van ziekten (primaire preventie) én, minstens zo belangrijk: dat bewegen verergering van ziekten tegengaat of de gevolgen ervan vermindert (secundaire en tertiaire preventie).

Het verminderen van de gevolgen van een ziekte is van belang voor de patiënten die behandeld worden in de revalidatiegeneeskunde. Immers, het vakgebied revalidatiegeneeskunde richt zich vooral op de gevolgen van ziekten en letsels. Als we die gevolgen willen voorkomen of het verergeren ervan willen tegengaan, dan is toepassing vaneen actieve leefstijl een goed middel. Met andere woorden: we zetten bewegen in als medicijn, of zoals in de internationale literatuur wordt gesteld; ‘Exercise = Medicine’ (E=M).

Het is dan ook verwonderlijk dat het stimuleren van een actieve, gezonde leefstijl nog steeds niet een regulier onderdeel is van de zorg. Er zijn zeker al wel (lokale) initiatieven, máár er zijn nog veel uitdagingen te overwinnen voordat gestructureerde toepassing op brede schaal een feit is en onze patiënten er dus optimaal profijt van hebben.

De eerste grote uitdaging in het toepassen van bewegen als medicijn is het ontwikkelen van test- en trainingsmethodieken om de fitheid van patiënten te verbeteren. Uitgangspunt hierbij is dat een fittere patiënt sneller en beter herstelt en revalideert. Een tweede grote uitdaging is dat een revalidatiepatiënt een actieve leefstijl aan blijft houden, ook nadat een revalidatietraject is afgerond Dit blijkt in de praktijk vaak een groot probleem. Een derde uitdaging is het stimuleren van revalidatieartsen en andere teamleden om actieve leefstijl als onderdeel van de behandeling toe te passen. Hoewel steeds meer revalidatieteams de voordelen en winstkansen zien van het toepassen van E=M, is toepassing helaas nog lang niet altijd gemeengoed.

In Nederland werken we hard aan het vinden van oplossingen voor deze uitdagingen. Via samenwerkingsverbanden zoals de Werkgroep VRA Bewegen en Sport (WVBS) en het AIRe (Aandachtsgebied Inspanningsfysiologie Revalidatiegeneeskunde) wordt kennis over E=M verder uitgebreid en gedeeld. Vanuit WVBS en AIRe worden interactieve bijeenkomsten georganiseerd en VRA geaccrediteerde scholing over dit onderwerp aangeboden.

Wil je Bewegen als Medicijn ook (nog meer) een plek geven in jouw team, of wil je meedenken over oplossingen voor bovengenoemde uitdagingen? Kijk dan eens op één van onderstaande websites.’

Rienk Dekker is revalidatiearts en hoogleraar in het Universitair Medisch Centrum Groningen en heeft zich gespecialiseerd in Actieve leefstijl en Revalidatiegeneeskunde.