Dagelijks zien we de gevolgen van medische vooruitgang. Kenmerken van patiënten veranderen en de levensverwachting gaat omhoog. Er zijn betere medicijnen, meer technische behandelopties. Ook is er veel meer kennis over individuele progressie van ziektebeelden. De revalidatiegeneeskunde zal daarom haar bakens verzetten, het kan niet anders.

Om mee te kunnen met de stroom moeten revalidatieartsen meer actuele kennis tot zich nemen, meer samenwerken met andere disciplines én moeten we onze zorg anders inrichten. Meer zorg op maat is het credo en dat is op elk ziektebeeld van toepassing.

Neem cerebrale parese. Het aantal kinderen met een klassiek ernstig motorisch beeld neemt af door betere vroegdiagnostiek (zelfs al voor de geboorte) en preventie van hersenschade (bijvoorbeeld door het koelen van het kindje na een vroeggeboorte). Meer kinderen hebben last van cognitieve en gedragsmatige ontwikkelingsbeperkingen. Als kinderrevalidatiearts moet je dan meebewegen. Samenwerken met kinderpsychiaters, waar we in het verleden minder contact mee hadden.

Ook bij mensen die een beroerte hebben gehad zie je veel veranderingen. Velen herstellen tegenwoordig goed, de groep ‘walk and talk’ neemt toe. Zij hebben minder last van de klassieke kenmerken als verlamming, neglect en globale afasie, maar kennen onzichtbare problemen en subtiele stoornissen, zoals traagheid, moeite met dubbeltaken en complex bewegen. Kenmerken met grote gevolgen, zoals niet meer kunnen werken.

Verder staan nieuwe ziektebeelden op, zoals  het post-IC-syndroom. Meer kinderen en volwassenen overleven een ernstige aandoening, vaak met IC-opname. Een IC-opname leidt tot een syndroom van spierzwakte, cognitieve en gedragsmatige veranderingen. Het is belangrijk om dit te herkennen.

Met de combinatie van beeld (MRI, DTI, EEG) en individuele kenmerken van patiënten kunnen we veel voorspellen. Zo weten we dat spierziekte ALS niet één ziektebeeld is, maar meerdere ziektebeelden met andere kenmerken (ook cognitieve problemen) en een ander beloop. Met die wetenschap kunnen we beter aansluiten bij de status van patiënten. Wanneer je weet dat een ALS-patiënt het langzaamste ziektebeloop heeft, hoef je dus niet al over een traplift te beginnen.

De scheiding tussen kinderrevalidatie, volwassen revalidatie en geriatrische revalidatie past niet meer. Kinderen worden tegenwoordig volwassen met ziektebeelden waar ze in het verleden aan dood gingen, zoals kanker, ernstige cerebrale parese en spierziekte SMA. Ziektebeelden die eerder typisch bij medisch specialistische revalidatie hoorden, zoals dwarslaesie, verplaatsen zich deels naar geriatrische revalidatie.

Laten we een nieuwe route kiezen. De ziekenhuisrevalidatie echt versterken. Revalidatieartsen in een ziekenhuis zijn de ogen en oren van de branche om medische en technologische veranderingen op te pikken. Al in de opleiding moet samenwerken met andere specialisten dé basis worden. Verder geven zorgnetwerken kansen: revalidatieartsen kunnen een spil zijn en expertisecentra opzetten. Zorg en onderzoek zal bij elkaar komen, met maximaal gebruik van data.

Zijn we te laat? Dat niet, maar de revalidatiegeneeskunde moet wel nieuw vaarwater kiezen. Zodat we in de wereld van nu zorg van hoge kwaliteit kunnen blijven bieden.