Traumarevalidatie is een relatief onbekende tak van revalidatie. Maar voor de betrokkenen, meestal slachtoffers van een ongeval, van groot belang om weer zoveel mogelijk aan het gewone leven deel te kunnen nemen.

Traumazorg is een van de weinige gebieden waar medisch specialisten wérkelijk multidisciplinair moeten samenwerken,’ zegt Herman Holtslag, revalidatiearts bij het UMC Utrecht. ‘Traumazorg is heel specifiek. De hoogste prioriteit wanneer een traumapatiënt na een ongeluk wordt binnengebracht is natuurlijk altijd het redden van het leven. Daarna volgt evaluatie, om volgende prioriteiten vast te stellen. In tien procent van de gevallen worden bij de eerste opvang ook diagnoses gemist. Dat is op zich niet erg, maar het is daarom wel belangrijk om later nogmaals goed te kijken.’ Uit onderzoek blijkt dat bij veertig procent van de meervoudige letsels een traumachirurg nodig is, even vaak een neuroloog, bij tien procent een orthopedisch chirurg en ook bij tien procent een neurochirurg. Oogarts, kaakarts en plastisch chirurg kunnen eveneens bij de behandeling betrokken zijn. Holtslag: ‘Rond de operatietafel kan dus een heel team specialisten staan. Wij staan daar zo nodig ook bij als revalidatiearts. Als bijvoorbeeld amputatie de enige optie is, waar kan de chirurg dan op letten met het oog op de toekomstige functionaliteit? Want die zal uiteindelijk de kwaliteit van leven mede bepalen. We geven niet alleen advies op de operatiekamer, maar ook bij de spoedeisende hulp en op de intensive care.’ Het feit dat de revalidatiearts van het begin af aan meedenkt, is een nieuwe verworvenheid. ‘Vroeger werden wij erbij gevraagd als, plat gezegd, het bed leeg moest of de patiënt medisch uitbehandeld was. Nu kunnen we van het begin af aan iets betekenen.’

 

Centralisatie acute zorg

‘Traumazorg is de afgelopen tien jaar tot volle wasdom gekomen’, stelt traumachirurg en hoogleraar Loek Leenen, vanaf volgend jaar voorzitter van de European Society of Trauma and Emergency Surgery . ‘Gebleken is dat door het bundelen van de krachten in de regio de mortaliteit door ongelukken met zeker zestien procent is gedaald. Dat is gigantische winst en die lijn zet alleen maar door. Wij denken dan ook dat we nog een stap verder moeten gaan in de centralisatie van met name de eerste, acute zorg.’

Daar zijn de zorgverzekeraars het uit financieel en kwalitatief oogpunt mee eens, zegt Leenen. Die willen het aantal traumacentra in ons land gehalveerd zien. Maar volgens de hoogleraar is zelfs dat nog te veel. ‘Nederland is een klein en relatief veilig land. Het aantal ongevallen is naar verhouding laag. Vijf op de 100.000 Nederlanders overlijden jaarlijks door een ongeval. In Amerika zijn dat er ruim zeven keer zoveel en in Australië twaalf keer zoveel.

Nederland heeft nu elf centra voor jaarlijks 2.500 patiënten. Het UMC krijgt er daarvan al bijna 400 binnen. Dat betekent dat er ook centra zijn die heel wat minder patiënten behandelen, en dan is het niet mogelijk om echte expertise op te bouwen. Traumatologie is namelijk heel specifiek, omdat het om patiënten gaat met telkens weer andere noden. Het is heel lastig daar adequaat op te reageren als je dat niet dag in dag uit doet.’

Leenen bepleit daarom één supercentrum, met alle topspecialisten en faciliteiten onder één dak. Daar kan ook met de revalidatie worden begonnen, en als de acute fase voorbij is kan de verdere revalidatie gebeuren in de eigen regio. Over zijn idee zijn collega’s in het land ‘meer of minder enthousiast’, zegt de traumachirurg. ‘Maar we moeten natuurlijk kijken naar wat er absoluut het belangrijkste is, en dat is het sparen van nóg meer levens.’ 

 

Geen pioniers meer

In oktober nam Herman Holtslag na veertien jaar afscheid als voorzitter van de Werkgroep Traumarevalidatie van de vereniging van revalidatieartsen VRA. Hij had deze landelijke werkgroep in 1999 met twee artsen opgericht, om de zorg voor traumapatiënten met meervoudig letsel te verbeteren.
Op dat moment waren er geen gespecialiseerde ziekenhuizen voor traumazorg. De overheid heeft sindsdien elf multitraumacentra in het leven geroepen: in acht academische ziekenhuizen en drie grote perifere ziekenhuizen. In de zorg is hierdoor een bundeling van kennis ontstaan, wat de kwaliteit ten goede komt. Dankzij de VRA-werkgroep is er ook veel meer uitwisseling tussen gespecialiseerde revalidatieartsen onderling. Het onderwijs op traumagebied is uitgebreid, zodat revalidatieartsen in hun opleiding meer leren over dit specialisme.

Holtslag noemt traumarevalidatie ‘een veld in ontwikkeling’, waarbij kennis nu dus veel meer wordt gebundeld. Onlangs verscheen onder redactie van professor Henk Stam over traumazorg het boek Acute Rehabilitation Medicine . Zelf schreef Holtslag samen met Corry van der Sluis een hoofdstuk over traumarevalidatie voor een Nederlandstalig handboek over revalidatiegeneeskunde dat in 2013 uitkomt. ‘Uit het feit dat die boeken nieuw zijn, blijkt dat er nog wel onontgonnen terrein is. Maar we zijn bepaald geen pioniers meer.’

André Groenewegen (36) verbrijzelde twee jaar geleden zijn been tij­ dens een bedrijfsongeval in België. Gelukkig stabiliseerde een Belgisch ziekenhuis het been ogenblikkelijk, anders had hij het kunnen verliezen. Na een paar dagen werd André overgebracht naar het UMC Utrecht en daar volgde de eerste van diverse operaties. ‘Eigenlijk begonnen ze ook meteen met revalidatie’, herinnert hij zich. ‘Ik kreeg bijvoorbeeld last van een spitsvoet. Die kwamen ze elke dag oprekken.’ Al snel stond er ook een maatschappelijk werkster aan zijn bed, die Andrés welzijn bleef volgen toen hij weer thuis was. Tot voor kort kwam hij drie keer per week in het UMC voor fysiotherapie. Het viel hem op hoe snel en soepel problemen er werden opgepikt. ‘De fysiotherapeut zag op een dag bijvoorbeeld nog wat speling in mijn onderbeen. Een half uur later was er na telefonisch overleg met de chirurg al een röntgenfoto gemaakt. Nog geen twee weken later werd ik weer geopereerd.’ Op een ander moment vond de fysiotherapeut zijn been toch wat dik. ‘Die ging toen twee deu­ ren verder een deskundige halen die alles wist over lymfoedeem en ook meteen keek. Hup, met een elastisch kousje naar huis.’ En zo waren er meer problemen die meteen door diverse deskundigen werden aangepakt. ‘Het is een geoliede machine. Je voelt hoe goed iedereen op elkaar is ingespeeld.’ André Groenewegen moet thuis nog steeds dagelijks oefenen en zijn knie geeft last, dus er is nog een traject te gaan. Maar hij loopt weer zonder krukken, en dat is niet vanzelfsprekend.