Een zorgtraject na reanimatie

Bij reanimatie kan door zuurstofgebrek hersenletsel ontstaan. De helft van de mensen die een reanimatie overleven, hebben hierdoor cognitieve klachten: bijvoorbeeld moeite met concentreren, plannen of onthouden. Op dit moment krijgen zij nog lang niet altijd de juiste hulp, maar daar wordt aan gewerkt.

Jaarlijks vinden in Nederland 16.000 reanimaties plaats; circa 1.900 mensen overleven. Van oudsher volgt deze groep meestal een hartrevalidatieprogramma, waarbij er doorgaans geen aandacht is voor cognitieve klachten. Alleen mensen met forse cognitieve klachten volgen een neurorevalidatieprogramma, waarbij er nauwelijks aandacht is voor de hartproblematiek. Lichte cognitieve klachten worden tijdens hartrevalidatie vaak niet herkend. Daardoor gebeurt het geregeld dat mensen hun oude leven niet goed kunnen oppakken. Ze maken fouten op het werk, kunnen dagelijkse taken niet meer aan, zijn snel geïrriteerd. Soms loopt iemand helemaal vast en komt een tijd later alsnog bij de neurorevalidatie terecht. Om mensen na reanimatie naar passende hulp te begeleiden, werd in Leiden bij het Rijnlands Revalidatie Centrum het project ZuPER (Zorgtraject Postanoxische Encephalopathie na Reanimatie) opgezet.

Hart-en neurorevalidatie

In het kader van ZuPER krijgen alle in de regio Leiden gereanimeerde patiënten bezoek van een neuroverpleegkundige, die samen met hen vragenlijsten doorneemt over het cognitief functioneren.

  • Patiënten met forse cognitieve problemen krijgen het advies neuro revalidatie te volgen met individuele hartrevalidatie. De revalidatiearts en cardioloog zijn vanaf het begin nauw betrokken bij de behandeling.
  • Mensen met lichte cognitieve problemen volgen twaalf weken hartrevalidatie, onder begeleiding van fysiotherapeuten van de hart- en neurorevalidatie. In de behandelperiode wordt een neuropsychologisch onderzoek gedaan en is er een intake bij de revalidatiearts. Na de hartrevalidatie gaat de patiënt zo nodig in neurorevalidatie, om te leren omgaan met de cognitieve beperkingen. Er worden modules aangeboden over onderwerpen als werkhervatting of het omgaan met belasting en belastbaarheid.
  • Patiënten zonder cognitieve klachten volgen het reguliere hartrevalidatieprogramma. Zij zijn in principe klaar na twaalf weken. Mocht tijdens de revalidatie blijken dat er toch cognitieve klachten zijn, dan kan alsnog worden besloten tot neurorevalidatie.

Bij alle patiënten is er extra aandacht voor de verwerking van de reanimatie door de partner. Het blijkt namelijk dat, ondanks begeleiding door het maatschappelijk werk, veel partners angstig zijn en soms zelfs ook hartklachten ontwikkelen. Daarom is besloten om hen intensiever te begeleiden.


Positief

Na afloop van de revalidatie en een jaar na de reanimatie wordt nagegaan hoe het met mensen gaat en wat zij vinden van het behandeltraject. Het onderzoek loopt nog, maar de eerste ervaringen zijn zeer positief. Patiënten zijn erg tevreden met het revalidatieaanbod en partners voelen zich gesteund. De cardioloog, revalidatiearts en behandelaars merken dat de gezamenlijke inzet van expertise meerwaarde heeft.

Op grond van de bevindingen wordt het behandelaanbod nu verder afgestemd op de behoeften. Eind 2012 is de ZuPER-studie afgerond en ligt er een mooi zorgtraject waar elk revalidatiecentrum mee aan de slag kan. En dat is goed nieuws voor mensen die reanimatie overleven en hun partners.

Drs. Liesbeth Boyce-van der Wal, wetenschappelijk medewerker ZuPER / klinisch linguïst
Dr. Paulien Goossens, revalidatiearts / projectleider ZuPER

ZuPER is onderdeel van het Innovatieprogramma Revalidatie van ZonMw en wordt uitgevoerd bij het Rijnlands Revalidatie Centrum. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met zuper@rrc.nl.