Van oudsher krijgen mensen die door een beroerte loopproblemen hebben individuele fysiotherapie. Kan dat efficiënter, vroegen de onderzoekers van Fit-Stroke zich af. En inderdaad: dat kan. Een nieuwe groepsbehandeling is veel doelmatiger en geeft op belangrijke punten zelfs betere resultaten.

In het Fit-Stroke-onderzoek werd de reguliere fysiotherapie vergeleken met een nieuwe groepsgewijze en taakgerichte circuittraining. In totaal zijn bij negen revalidatiecentra 250 revalidanten onderzocht. Deze revalidanten werden via loting verdeeld over twee onderzoeksgroepen: de ene groep kreeg de reguliere fysiotherapie en de andere groep deed de Fit-Stroke-circuittraining. In die training wordt gebruikgemaakt van acht werkstations met ieder een eigen taak: lopen om en over obstakels, traplopen, transfers maken, enzovoort. In koppels van twee doen de revalidanten steeds een ander werkstation aan.

De taak die hoort bij dat werkstation wordt door de revalidanten om de beurt drie minuten lang zo intensief mogelijk uitgevoerd. Ze houden hun prestaties bij in een trainingslogboek.

Loopsnelheid en loopafstand

Tijdens het onderzoek is gewerkt in groepen van vier tot zes personen, onder begeleiding van twee behandelaars, meestal een fysiotherapeut en een bewegingsagoog. Gedurende twaalf weken deden de deelnemers twee keer per week een uur de circuittraining en daarna een half uur sport-en spelactiviteiten. In deze periode kregen de revalidanten uit de controlegroep de gebruikelijke fysiotherapie. Na de onderzoeksperiode scoorden de revalidanten die het Fit-Strokeprogramma volgden duidelijk beter op onder andere loopsnelheid en loopafstand, en ze waren actiever in hun vrijetijdsbesteding. Voor alle andere gemeten uitkomsten, zoals vermoeidheid, depressie en ervaren kwaliteit van leven, waren beide groepen evenveel vooruit gegaan. Het werken in een groep en de begeleiding door verschillende disciplines werd door zowel revalidanten als behandelaars als prettig ervaren.

Dat gold ook voor het gebruik van het trainingslogboek, dat de vooruitgang zichtbaar maakt en een stimulans blijkt om het steeds beter te doen. Al met al liet het onderzoek heel positieve resultaten zien, en dat met beduidend minder inzet van behandelaars. Doordat de training wordt gegeven in groepsverband, is de doelmatigheid veel groter: minstens twee keer zo groot als bij individuele training.

Samenwerking

Cruciaal in het Fit-Stroke-onderzoek was de samenwerking tussen de negen deelnemende revalidatiecentra. Doordat zoveel centra meededen, was het mogelijk om genoeg revalidanten in het onderzoek te betrekken om tot goed onderbouwde conclusies te komen. Dat de conclusies inderdaad goed onderbouwd zijn, blijkt uit de publicatie van de onderzoeksresultaten in de British Medical Journal , een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift.
Onderlinge samenwerking is ook om een andere reden van groot belang: het creëert draagvlak en bevordert implementatie. Voor dit onderzoek heeft het ertoe geleid dat het Fit-Stroke-programma standaard wordt aangeboden bij de meeste deelnemende revalidatiecentra. Voor de andere centra in Nederland is scholing beschikbaar. De resultaten uit het Fit-Stroke-onderzoek worden bovendien onderdeel van de nieuwe richtlijnen voor behandeling na een beroerte. Het onderzoek heeft dus directe gevolgen voor de inrichting van de revalidatie van deze patiëntengroep.

Ingrid van de Port, programmacoördinator Fit-Stroke


De volgende revalidatiecentra deden mee aan het Fit-Stroke-onderzoek: De Hoogstraat, De Trappenberg, De Vogellanden, Heliomare, Het Roessingh, Revant Revalidatiecentrum Breda, het Rijnlands Revalidatie Centrum, Sophia Revalidatie en ViaReva. Het onderzoek werd gefinancierd door ZonMw en werd gecoördineerd vanuit het Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht, onder leiding van professor Gert Kwakkel. Kijk voor meer informatie op www.dehoogstraat.nl, zoekwoord ‘Fit-Stroke’. Daar staat ook een link naar het artikel in de ‘British Medical Journal’.