Minister van gehandicaptenzaken rick brink:

Rick Brink, sinds juni minister van Gehandicaptenzaken, komt op voor jong en oud met een beperking. Onlangs bezocht hij de Hoogstraat Revalidatie in Utrecht. ‘Ik ben onder de indruk van de vechtlust van patiënten en de inzet van professionals. Graag wil ik met hen mijn kennis delen en Den Haag bewegen om meer voor de revalidatiesector te doen.’

Behendig manoeuvreert Rick Brink (33) zijn elektrische rolstoel wanneer hij een kop koffie aanbiedt in zijn eigen woongedeelte bij zijn ouders in het Overijsselse Hardenberg. In deze gelijknamige gemeente is hij al jaren actief bij het CDA. Voorheen was hij fractievoorzitter, nu raadslid. Politiek is zijn lust en zijn leven, vertelt hij. Daarom dong hij mee naar het ambt van minister van Gehandicaptenzaken, waartoe hij op 17 juni dit jaar tijdens een liveshow van KRO-NCRV op televisie werd verkozen.

U heeft inmiddels een troonrede gehouden. Wat zijn uw belangrijkste doelen?
‘Ten eerste werk ik voor alle generaties mensen met een beperking, dus van jong tot oud. Ik heb drie speerpunten waarvoor ik in totaal 15 miljoen euro nodig heb. Zo streef ik naar een inclusieve start voor kinderen met een beperking. Net als hun leeftijdgenootjes moeten ze alles kunnen doen in hun omgeving waarin ze opgroeien. Daar hoort onderwijs en spelen bij. Denk aan speeltuinen die ook voor hen toegankelijk zijn. Het tweede speerpunt is gericht op studenten met een beperking. Zij haken vaak af omdat er onvoldoende toegankelijke stageplaatsen zijn. Die situatie moet verbeteren. Tenslotte wil ik dat er meer mensen met een beperking op televisie komen. Niet omdat ze een handicap hebben maar vanwege hun kennis en talenten. Nodig ze bijvoorbeeld uit bij praatprogramma’s. Via de Koffer van Rick kunnen deze mensen zich opgeven. Deze koffer, die we gaan aanbieden aan de publieke omroepen, stroomt aardig vol. Inmiddels hebben we zo’n vijftig personen met kennis op allerlei gebieden, zoals muziek, mode en lifestyle.’

U reist als minister stad en land af om mensen met een beperking persoonlijk te ontmoeten. Zo heeft u enkele dagen geleden de Hoogstraat Revalidatie in Utrecht bezocht. Waarom bent u daar geweest?
‘Een tijdje geleden kwam een delegatie van Revalidatie Nederland bij mij op kantoor bij de KRO-NCRV, de omroep die mijn ministerschap mogelijk maakt en daarvoor zeven medewerkers ter beschikking stelt. Er ontstond een waanzinnig mooi gesprek. Ik liet weten dat ik het fantastisch zou vinden om een revalidatiecentrum te bezoeken. Ook daar zitten mensen met een beperking. Toen is er voor mij in De Hoogstraat een werkbezoek geregeld van ruim twee uur. Daar gaven professionals een presentatie en vervolgens een rondleiding door de kliniek en de polikliniek. Ik heb met verschillende mensen gesproken die herstelden van een hersenbloeding. Wat indruk op me maakte, was de enorme vechtlust.’

U bent geboren met osteogenesis imperfecta, een bindweefselziekte. Heeft u zelf ook revalidatie gehad?
‘Door mijn ziekte brak ik als peuter regelmatig armen en benen. Tot een jaar of twaalf heb ik in de Vogellanden in Zwolle gerevalideerd. Even is geprobeerd me achter een rollator te laten lopen, maar dat was geen succes. Verder kreeg ik fysiotherapie, ergotherapie en heb ik veel gezwommen. Het doel was dat ik zo zelfstandig mogelijk door het leven zou kunnen gaan. En dat is gelukt.’

Na de basisschool geen revalidatie meer gehad?
‘Nee, dat was ook niet meer nodig. Ik rijd nu zelf auto en kan zonder hulp vanuit de rolstoel in het bed komen en vice versa. Hier in huis heb ik een redelijk groot bad waarin ik dagelijks een uur oefeningen doe om mijn lichaam soepel te houden.’

Wat kunt u als minister voor de revalidatiesector betekenen?
‘Ik heb de afgelopen maanden een aardig netwerk opgebouwd van organisaties die zich inzetten voor mensen met een beperking, zoals Revalidatie Nederland. Voor al die organisaties ga ik in Den Haag lobbyen, zodat er meer geld en aandacht komt voor onze doelgroep. En als Revalidatie Nederland met iets zit, weten ze mij te vinden. Verder zou ik graag iets doen aan de eenzaamheid waarmee veel mensen met een beperking kampen. Dat probleem doet zich ook voor in de revalidatiecentra. Het zou mooi zijn als daar meer vertier en afleiding komt.’

Dit ministerschap is slechts voor de duur van één jaar. Wat gaat u daarna doen?
‘Het zou goed zijn als ik daarna mijn taak nog een tijdje mag voortzetten om mijn doelen te kunnen bereiken, maar uiteindelijk beslist KRO-NCRV. Idealiter zou er in een volgend kabinet een minister moeten komen die gehandicaptenzaken in zijn portefeuille heeft. Wellicht dat ik me tegen die tijd beschikbaar stel voor de Tweede Kamer. Ik weet het nog niet.’

U bent een bruisend persoon. Vanwaar die energie en dat optimisme?
‘Van mijn ouders en zus heb ik meegekregen dat ik naar de dingen moet kijken die ik wel kan en niet naar wat ik niet kan. Daar krijg ik energie van. Professionals moeten ook meer kijken naar de patiënt en minder naar al die regeltjes. Dat levert patiënten meer levensvreugde op.’

Je kunt de minister volgen op:
www.facebook.com/ministervangehandicaptenzaken