Revalidatiecentrum leert omgaan met chronische pijn

Ruim dertig jaar geleden schoot het in haar rug. Voor Evelien Wiesenekker begon een lijdensweg met chronische pijn, waarop angst haar leven bepaalde. Dat wil ze niet meer. Een traject van Merem Medische Revalidatie geeft rust en vertrouwen.

Voor een buitenstaander leek het misschien vanzelfsprekend. Evelien Wiesenekker stapte onlangs op een fiets, waarop haar kleinkind in een kinderzitje achterop zat, en reed een rondje door de straten van Huizen. Maar voor de oma in kwestie was dit niet zo normaal. Dit had ze nooit gedurfd. Ze was veel te bang dat die vreselijke rugpijn weer uit het niets terug zou komen. Dat ze dit nu wel deed, was een enorme overwinning.

Om de angst te verklaren, moeten we terug in de tijd. Op haar 23e loopt Evelien een trap op, als het ineens in haar rug schiet. ‘Ik wist niet meer hoe ik boven of beneden moest komen. Een fysiotherapeut behandelde me, de pijn trok langzaam weg, maar een tijdje later kreeg ik het weer. Te pas en te onpas kwam de pijn uit het niets en was ik weer een paar dagen uit de running.’

Ze zoekt oorzaken. Bezoekt een neuroloog en een orthopeed, doet aan medische fitness en valt af. Het helpt niets. ‘Ik wist niet meer wat normaal leven en bewegen was. Er is geen dag waarop ik de pijn niet voel. Angst bepaalde alles. Als mijn man zei ‘We gaan lekker een weekendje weg’, dan kreeg ik al stress. ‘Zijn er wel goede bedden?’, ‘Zal ik geen roet in het eten gooien door mijn rug?’ Ik dacht en denk nog steeds ‘in rug’. Op visite bij iemand, bedenk ik eerst op welke stoel ik ga zitten.’

Voor Evelien is haar angst gegrond, want hevige rugpijn steekt inderdaad de kop op. In 2018 gaat het weer gruwelijk mis. Op vakantie staat ze op, leest haar krantje, ontbijt en gaat van tafel als er van onderuit haar rug een enorme kramp tot aan haar schouders flitst. Dagenlang staat ze krom. Terplekke gaat ze naar een fysiotherapeut. ‘Ik was ten einde raad. Waar komt dit vandaan en wat moet ik er mee?’

Ze meldt zich aan voor het chronische pijnrevalidatietraject van Merem Medische Revalidatie. Evelien krijgt Exposure in vivo, een confrontatietherapie gericht op het veranderen van vermijdingsgedrag. In contact met een revalidatiearts en intensieve sessies met psycholoog en fysiotherapeut komt ze tot nieuwe inzichten. ‘Ik kreeg te horen dat chronische pijn is wat het is. Je kunt het niet veroorzaken en je kunt het niet verergeren. Het kan overgaan, maar daar moest ik niet van uitgaan. Zoeken naar oorzaken? Dat gingen ze niet doen, want die zouden we toch niet vinden. Alleen al die opmerking gaf mij opluchting. Jarenlang zocht ik naar antwoorden, nu kon ik dat loslaten. En ik leerde de pijn te aanvaarden. Ik zei eerst: ‘Ik heb wel veel pijn, maar ik ben ook gelukkig.’ Nu zeg ik: ‘Ik heb veel pijn én ik ben gelukkig.’’

Durven bewegen staat centraal in een exposure-traject van acht weken. Ze oefent de voor haar meest spannende handelingen. ‘Ik zou nooit van een bankje afspringen, maar nu moest ik het doen, met twee benen tegelijk. Ik was erg bang dat het in mijn rug zou schieten, maar de ramp kwam niet uit. De fysiotherapeut legde uit dat bij het springen de klap eerst op je voeten komt, dan je enkelbanden, scheenbeen, knieën, heup en dan pas de rug. Ik kon mijn brein resetten.’ Evelien beseft dat ze zogenaamde ‘vuile pijn’ ervaart. De laag pijn om de eigenlijke pijn heen, vol angst en schuldgevoelens. ‘Therapeuten vroegen mij: waarom durf je bij ons wél bepaalde handelingen uit te voeren? Toen zei ik: omdat ik dan als het misgaat kan zeggen dat het van jullie moest. Ik schrok van mezelf en dacht: ‘Zo, dat zit diep. Ik verschuil me achter de therapeuten!’’

Dat besef helpt Evelien anders te kijken en te handelen. ‘Als ik eerder iets uit een hoge kast moest pakken, dan liet ik het. Nu zie ik dit, net als ramenlappen en plinten afstoffen, als een uitdaging, want dan rek ik meteen mijn spieren lekker op.’ De pijn kan ineens heftig worden, daarvan is ze zich bewust. ‘Maar ik heb nu geleerd om in dat geval wel te blijven bewegen. De pijn beheerst en bepaalt mijn leven niet langer.’

Evelien kan zonder veel belemmeringen echtgenote, moeder en oma zijn. ‘Ik heb voor het eerst in vijfeneenhalf jaar gefietst met een kleinkind!’ Met dank aan de therapeuten. In de praktijkruimte stond een tot vijftien kilo verzwaarde pop klaar. Of Evelien deze op wilde tillen en vervolgens nog een keer, ‘want je bent thuis nog iets vergeten’. Vervolgens werd een fiets met zitje binnen gereden. Het ging goed. Een huiswerkopdracht, voor het echie fietsen met haar kleinkind, voelde bevrijdend. ‘Je brein gaat over grenzen, ik moest constant uit mijn comfortzone stappen. Heftig, maar zo belangrijk. Ik gun niemand chronische pijn, maar ik gun iedereen dit traject. Want dan leer je dat angst en pijn niet de leidraad in je leven hoeven te blijven. Dat kost geen energie, dat gééft energie.’