Virtuele supermarkt meet cognitieve vaardigheden bij mensen met hersenletsel

Tanja Nijboer ontwikkelde samen met andere onderzoekers en het bedrijf Atoms2Bits een virtuele supermarkt. Als cognitieve test, maar ook voor psycho-educatie voor mensen met hersenletsel. ‘Onderzoek moet beter aansluiten op het dagelijks leven van patiënten. Wij willen het verschil maken.’

Dat Tanja Nijboer, senior onderzoeker bij het Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht, onlangs de Betto Deelmanprijs won, een soort oeuvreprijs voor neuropsychologen, heeft ze onder meer te danken aan haar onderzoek naar vernieuwende technologie én de brug die ze slaat tussen wetenschap en praktijk. Ruim tien jaar geleden ging ze bij het Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht werken. Dat is een samenwerking tussen het UMC in Utrecht en revalidatiecentrum De Hoogstraat. Nu werkt ze dus in de voor haar ‘ideale driehoek’ van universiteit, academisch ziekenhuis en revalidatiecentrum.

‘Dat is een bewuste keuze. Ik vond dat er met al onze wetenschappelijke inzichten zo weinig gebeurde in de klinische praktijk. Als experimenteel psycholoog kun je zelf niet goed bedenken wat een therapeut precies nodig heeft om met resultaten uit een onderzoek aan de slag te gaan. Andersom weten veel behandelaars ook niet wat er momenteel allemaal aan nieuwe kennis wordt toegevoegd. Op de één of andere manier moet het natuurlijker gaan worden dat fundamenteel gedragswetenschappelijk onderzoek in een klinische setting plaatsvindt. Dat die klinische setting meer weet heeft van wat er in de wetenschap gebeurt. De werelden zijn nu te gescheiden.’

Wanneer Nijboer het bij De Hoogstraat weer over een nieuwe experimentele therapie had, kreeg ze van behandelaars vragen als: ‘Gaan patiënten hier beter van tanden poetsen?’, of ‘Wordt boodschappen doen dan gemakkelijker?’. ‘Toen dacht ik: Dan moeten we dit gaan meten’, zegt Nijboer, die zag dat de traditionele neuropsychologische tests nog te weinig informatie geven over het functioneren in het dagelijks leven. Nu moeten mensen met mogelijke cognitieve problemen bijvoorbeeld kleine sterretjes wegstrepen te midden van grotere sterren en letters, aangeboden op papier. Of ze krijgen een lijst met woorden die ze dan in een stille omgeving weer moeten opdreunen. ‘Dan verwachten we dat we op basis van die prestaties iets kunnen zeggen over hoe mensen (gaan) functioneren in het dagelijks leven’, zegt Nijboer. ‘Maar dat is niet zo.’ In real life zijn er achtergrondgeluiden, beelden, verrassende gebeurtenissen en een werkgeheugen dat continu vol zit. Patiënten en behandelaars willen juist weten hoe mensen weer functioneren in het dagelijks leven en hoe ze zullen reageren in dagelijkse situaties. Kijkt hij of zij wel naar links bij het oversteken van de weg? Inspecteert iemand in de supermarkt wel alle delen van het schap bij het zoeken van boodschappen? ‘Dat hadden we nog nooit onderzocht.’

Nijboer wil toe naar tests in een realistische situatie. In samenwerking met Atoms2Bits maakte ze met haar onderzoeksteam een virtuele supermarkt dat als nieuw meetinstrument voor cognitieve vaardigheden in dynamischer omstandigheden gebruikt zal kunnen gaan worden. ‘We kozen voor een supermarkt, omdat dit een omgeving is die iedereen kent.’ Met de VRsupermarkt onderzoekt Nijboer stoornissen of tekorten in cognitieve vaardigheden na hersenletsel bij kinderen en volwassenen. Deelnemers aan het onderzoek hebben een VR-bril op met daarin een zogenaamde eyetracker, zodat alle oogbewegingen gemeten worden. Met een boodschappenlijstje op zak zoeken ze naar de gewenste producten. De metingen zijn gedetailleerd: hoe lang kijkt iemand op een bepaalde plek en naar een bepaald product?, hoe systematisch kijkt iemand, hoe vaak is naar een product gekeken en is het product ook gekocht? Aan het onderzoek doen mensen met en zonder hersenletsel mee. Het is nu aan Nijboer en haar team om patronen te ontdekken en de belangrijkste kenmerken voor cognitieve vaardigheden eruit te filteren. Want dat iemand vaak stilstaat en zich oriënteert, wil nog niet zeggen dat dit een kenmerk is voor een specifiek cognitief probleem. ‘Maar we zien bijvoorbeeld al verschillen in oogbewegingen tussen mensen met een beroerte en gezonde mensen.’ Dat is een mooie bevinding richting de ontwikkeling naar een sensitievere cognitieve test. Maar zo ver is het nog niet. ‘We moeten nog veel mensen testen, het liefst verschillende diagnosegroepen, zodat we ook heel specifieke profielen kunnen maken passend bij een diagnose.’

Nijboer hoopt dat de virtuele supermarkt eerst een aanvulling wordt op het huidige neuropsychologisch onderzoek. Ook kan deze voor trainingsdoeleinden worden gebruikt. ‘Mensen vinden het leerzaam. Oefenen in een veilige omgeving die lijkt op de echte wereld, geeft zelfvertrouwen. Ook is het zinvol voor mensen bij wie het ziekte-inzicht nog niet sterk is. In de VR-supermarkt zien zij zelf waar ze tegenaan lopen. En behandelaars zien aanknopingspunten voor verdere training.’

Veel revalidatiecentra hebben dan ook interesse in de virtuele supermarkt. ‘Opschaling naar andere centra in de toekomst zou mooi zijn’, zegt Nijboer. ‘Subsidies om extra opstellingen aan te schaffen zijn heel wenselijk, voor onderzoek én de klinische praktijk.’ Nijboer: ‘De techniek wordt goedkoper en als we laten zien dat dit een betrouwbare cognitieve diagnostische tool is, dan zullen meer centra het kunnen of willen gaan gebruiken voor onderzoek en zorg.’ De positieve reacties van centra en patiënten geven Nijboer energie. ‘Op deze manier maken we het verschil met ons onderzoek. Met onze kennis en kunde en het inzetten van dit soort technologie maken we het leven voor mensen minder beperkend.’