Zorg ontregelen? Administratiedruk verminderen?

Moeten we tijdsregistratie echt per 5 minuten bijhouden?’ ‘Zouden die brieven nu echt niet direct ingevuld kunnen worden vanuit het EPD?’ ‘Nu ben ik weer vijf minuten bezig met het maken van een machtiging voor een nieuwe spalk omdat het kind gegroeid is!’ Dit zijn veel gehoorde uitspraken van revalidatieartsen.  

Dokters hebben veel last van administra­tiedruk in de zorg. Dat bleek tijdens een inventarisatie bij het VRA-congres in april, toen de vraag gesteld werd wat de grootste bron van stress was bij revalidatieartsen (in opleiding). Eerder kwam deze conclusie ook uit een enquête die de beroeps belan­gen commissie (BBC) van de Vereniging voor Revalidatie Artsen (VRA) hield onder vakgroepen en medische staven binnen de revalidatie. In het beleidsplan van de VRA is vermindering van de registratielasten één van de speerpunten. Maar makkelijk blijkt dit niet te zijn, ook bij andere specialismen.

Er is een teveel aan regelgeving in de zorg, maar iedere regel heeft wel een bedoeling. Vanuit de beweging ‘Het roer moet om’ wordt nu bekeken hoe regels en admini­stratieve handelingen geschrapt of ingekort kunnen worden met behoud van kwaliteit en samenhang. Een aantal huisartsen is opgestaan onder de naam ‘de dappere dokters’. Zij streven naar de meest gunstige zorg voor elke patiënt, waarbij de persoon belangrijker is dan de ziekte. ‘Dapper’ ver­wijst naar Aristoteles, die dapper benoemde als een deugd tussen overmoed en laf­heid in. Van huisarts Toosje Valkenburg begrepen wij op het VRA congres dat ‘de dappere dokters’ ervan uitgaan dat dokters toetsbaar zijn en aanspreekbaar op hun handelen (niet overmoedig en niet laf). De houding van willen leren van zichzelf én van elkaar is wat kwaliteit van zorg bepaalt en niet de afvinkcultuur van kwaliteitsindicatoren.

Dat zien wij ook graag binnen de revalida­tiesector. Maar eenvoudig is het niet. De belangen van het management kunnen anders zijn dan die van de dokter. Zo willen revalidatieartsen dat ICT-systemen beter op elkaar aansluiten, maar passen gewenste aanpassingen niet altijd in de begroting. Andersom zien we dat managers vastlopen, omdat dokters zeggen dat iets niet kan veranderen, omdat dat niet goed is voor de patiëntenzorg. Moet een loopanalyse per se door een dokter zelf geanalyseerd worden? Of kan een hiervoor geschoolde fysiothera­peut of bewegingswetenschapper dit ook, met nabespreking met de betrokken revali­datiearts? De opinies daarover verschillen.

Wij zijn van mening dat kwaliteit van zorg voor de patiënt het beste nagestreefd kan worden door dokters vooral hun vak te laten uitvoeren. Daarbij is het belangrijk dat er bij noodzaak tot verandering écht geluisterd wordt naar de stem uit de praktijk. Dokters en managers zullen samen in gesprek moe­ten over vermindering van de regeldruk. De dokters én de managers moeten dapper zijn om dit samen te bewerkstelligen. Het is een uitdaging om hiervoor als dokters met concrete voorstellen te komen. Laten we dapper zijn en vooral de successen hierin met elkaar delen.