Nieuw in revalidatieland: De Chief Medical Information Officer

Digitale zorgsystemen dienen door complexiteit of traagheid niet altijd de patiëntenzorg. Dat moet anders, vinden veel medisch professionals. Sommigen pakken zélf de handschoen op: de Chief Medical Information Officers (CMIO).

Marieke Paping, revalidatiearts bij Rijndam Revalidatie, was gewend om een medicijnrecept op een briefje te schrijven. Zo gepiept. Maar met de komst van een nieuw digitaal systeem, veranderde de snelle beweging in een handeling met 33 acties. Papieren patiëntendossiers werden vervangen door een Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Dat zou veel voordelen moeten hebben: niet langer onleesbare informatie of een onvindbaar dossier. Maar veel clicks, gebrek aan overzicht en trage soft- en hardware, maakte het werken er niet altijd beter op. ‘Als vernieuwing eenmaal staat, denkt iedereen: dat hebben we mooi gedaan. Laptops en software aangeschaft, nu zijn we klaar. Maar dan merk je dat er in de praktijk een heleboel vragen en problemen blijven die je werk erg belemmeren. Dat was voor mij een reden om te denken: ik wil dat dit verbetert, dus ga ik me er zelf in verdiepen.’ Marco Schults, revalidatiearts bij Basalt, was altijd al een beetje een computernerd. Hij was ICT-vraagbaak voor collega’s en vond oplossingen als de medewerkers van automatisering er niet uitkwamen. ‘Ik merkte dat sommige mensen op de ICT-afdeling in hokjes denken. Zo van: dit is mijn aandachtsgebied en met Office doe ik niets. Door die knelpunten en mijn eigen expertise, ben ik in deze functie gerold.’

Sinds kort zijn Paping en Schults voor een klein deel van hun aanstelling (0,2 en 0,1 fte) Chief Medical Information Officer (CMIO). Een functie die in ziekenhuizen al gemeengoed is, maar nieuw is in de kleinere revalidatiesector. De CMIO heeft vanuit de medisch specialistische hoek zijn of haar eigen inbreng in digitalisering, automatisering en technologie. Een brugfunctie tussen medisch professionals en de ICT-afdeling. Momenteel bestaat het werk van de CMIO’s nog vooral uit trouble shooting: zorgen dat de huidige systemen beter werken. Zo zorgde Schults voor een extra functionaliteit in het EPD van Basalt, zodat daarin een overzicht kwam van welke patiënt op welke afdeling ligt. ‘Het hielp dat ik weet wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van een systeem zijn. Zo probeer je iets te bedenken dat voor zowel de ICT-afdeling als de medisch professionals functioneert.’

Van EPD tot E-health, van kleine verbeteringen tot de koppeling van zorg-, management- en financiële informatie; de CMIO moet erbij betrokken zijn. De CMIO is dus geen ICT-helpdesk, maar een strateeg die een stip op de horizon zet. Paping werkt nauw samen met de informatiemanager van Rijndam, Schults vormt bij Basalt een driehoek met de ICT-manager en een informatie-architect. Er komen veel veranderingen aan waar ze zich over kunnen buigen. Zo wil de overheid dat zorginstellingen met open systemen gaan werken, waarbij je niet aan één softwareleverancier vastzit en die het mogelijk maken om eenvoudiger veel meer informatie tussen zorginstellingen uit te wisselen.

Een andere grote vernieuwing is een persoonlijke gezondheidsomgeving, een plek waar patiënten hun eigen gezondheidsgegevens van verschillende instellingen kunnen beheren, delen en gebruiken. Paping: ‘Dat levert wel vragen op, zoals: hoe ga je om met kwetsbare patiënten die we bij de revalidatie regelmatig zien? Mensen die niet in staat zijn hun informatie zelfstandig te beheren. Bij de doorontwikkeling van dit soort systemen spelen dit soort vragen ook een rol.’ Schults en Paping halen nu al voldoening uit hun functie. Paping: ‘Door verbinding maak ik dingen beter, dat is voor mij een belangrijke drijfveer.’

Schults: ‘Ik verbeter het EPD en zorg dat processen beter lopen en dat collega’s tevredener zijn. Maar ik zie nog steeds een heleboel ontevredenheid over systemen, ook bij mezelf. Een CMIO met voldoende tijd kan nog veel verbetering brengen.’ Paping: ‘Aan de andere kant moeten we tegen een beetje frustratie bestand zijn, want een ideaal systeem komt er nooit. Waarom? Sowieso al door de verschillende dokters. De ene wil op een hoog detailniveau zijn dossier ingedeeld zien en de andere wil meer overzicht. Het is dus aan ons om verbeteringen te zoeken in de grote gemene delers.’ De twee artsen bezoeken congressen en vertellen collega’s in den lande veel over de CMIO. Ze hopen dat er nog veel meer volgen binnen de revalidatiecentra. Paping: ‘Patiëntenzorg en ICT zijn onlosmakelijk tot elkaar veroordeeld. Daar moet je dus het optimale uithalen. ICT moet in dienst staan van de patiëntenzorg.’