‘Gefeliciteerd, meneer De Hond, u bent uitgerevalideerd.’

Bijna een half jaar nadat ik in 2002 een dwarslaesie kreeg mocht ik definitief het revalidatiecentrum verlaten. Ik verhuisde naar mijn nieuwe rolstoeltoegankelijk appartement. Ik was door maandenlang keihard oefenen in staat om weer voor mijzelf te zorgen, en dat werd beloond met een enkeltje naar huis. Artsen en verpleging gebruikten daarvoor de term ‘uitgerevalideerd’. De taak van het revalidatiecentrum zat erop, zij hadden mij voldoende zelfredzaam gemaakt. Mijn benen had ik niet meer nodig: ik kon mijn leven voortaan op wielen voortzetten.

Mijn mede-revalidanten hadden hunkerend uitgekeken naar het moment dat er niet meer getraind hoefde te worden. Zij lieten zich na hun vertrek alleen nog in hoge uitzonderingsgevallen zien in het centrum. Ik was ook blij dat ik weg mocht, maar iets voelde niet goed. Ook al was mijn onderlijf niet meer in staat om functioneel zelf te bewegen, het leek mij onnatuurlijk om er nóóit meer iets mee te doen.

En dus bleef ik toch maar naar het revalidatiecentrum gaan. Niet om mijn onderlijf te herstellen, maar om het te onderhouden. Ik fietste op de Motomed (een hometrainer met ingebouwd motortje), liep op de Lokomat (een looprobot met lopende band) of trainde met elektrostimulatie. Dat bleef ik doen, tot op de dag van vandaag.

Destijds werd ik vreemd aangekeken omdat ik steeds maar bleef terugkomen. Maar inmiddels heeft mijn revalidatiecentrum een hele trainingsgroep met revalidanten die net als ik doortrainen. Misschien is het geluk… of misschien is het te danken aan al die jaren van intensief blijven trainen van een passief onderlijf, maar decubitus en andere nare, veelvoorkomende dwarslaesieklachten zijn mij tot nu toe bespaard gebleven. Er hangt wel een prijskaartje aan: per keer betaal ik 25 euro en dan draagt het revalidatiecentrum ook nog bij.

In het artikel 'Dit is hoe het bedoeld is: dwarslaesierevalidatie' leest u over een nieuwe richtlijn voor dwarslaesierevalidatie. Aangezien een dwarslaesie een chronische aandoening is, kan veel winst worden behaald door patiënten tweejaarlijkse controles aan te bieden. Dat onderschrijf ik volledig. Ik zou misschien wel verder willen gaan en revalidatiecentra willen aansporen het tevens voor revalidanten mogelijk te maken om - met behulp van de aanwezige specialistische technologie - hun onderlichaam chronisch in beweging te houden. Aan verzekeraars de aansporing om dit soort cruciaal fysiek onderhoud dan ook te vergoeden.

Marc de Hond