Op een terras word ik aangesproken door een man in een rolstoel: ‘Jij bent toch Marc de Hond? Ik heb jouw boek gelezen! Ik ben nu zelf ook hard aan het revalideren!’ De man vertelt dat hij een half jaar geleden een ongeval heeft meegemaakt. De diagnose: complete dwarslaesie. Maar daar legt hij zich niet bij neer. Hij is ervan overtuigd dat zijn rolstoel tijdelijk is.

Ik herken veel van mijzelf in de man. Zelf was ik er ook lang van overtuigd dat ik met mijn incomplete laesie weer ‘gewoon’ zou gaan lopen. Ik vond het verschrikkelijk toen mij in het revalidatiecentrum werd verteld dat ‘leven in een rolstoel ook heel mooi kan zijn’. Ik heb er jarenlang werkelijk alles aan gedaan om uit die stoel te komen: keiharde training, accupunctuur, homeopathie, meditatie, en zelfs een stamceloperatie in Duitsland. Mijn zware werk leverde resultaat op: er kwam enig gevoel en beweging terug in mijn onderlijf. Maar het was niet genoeg. Op z’n best kon ik een meter of twintig achter een rollator lopen. Mijn dwarslaesie bleef en na vijf jaar was het tijd om mijn rolstoel te accepteren.

De man op het terras vertelt dat hij een experimentele ruggenmergoperatie wil doen in Zwitserland. Hij heeft daar 100.000 euro voor nodig. Of ik nog tips heb hoe je dat bedrag het best bij elkaar kunt crowdfunden.

Wat moet het destijds lastig zijn geweest voor mijn revalidatiearts: een patiënt die overduidelijk een ernstige, permanente handicap heeft, maar die vasthoudt aan de minieme kans dat alles toch weer goed komt. Ik waardeerde zijn aanpak: zolang er verbetering was, gaf hij mij de ruimte om te werken aan mijn fysieke herstel, maar hij vond het ook belangrijk dat ik mijn rolstoeldoelen nastreefde: onafhankelijk worden, in een toegankelijke woning gaan wonen, autorijden met mijn handen.

‘Als ik eerlijk ben’, zeg ik, ‘zou ik zelf geen fortuin meer willen neerleggen om een arts risicovolle experimenten op mij te laten doen. Ik kan me voorstellen dat het voor jou nog heel pril is, en het vooruitzicht om nooit meer te kunnen lopen verschrikkelijk is. Als jij denkt dat er verbetering mogelijk is, train daar vooral voor, maar realiseer je wel dat de kans dat alles weer wordt zoals vroeger helaas heel klein is. Een troostende gedachte: leven in een rolstoel kan écht heel mooi zijn.’

Marc de Hond