Otwin van Dijk (42 jaar), burgemeester van de gemeente Oude IJsselstreek en oud- Tweede Kamerlid, liep op zijn achttiende een hoge dwarslaesie op. Al snel ondervond hij dat toegankelijkheid in een rolstoel niet vanzelfsprekend was. ‘Mijn drijfveer werd een inclusieve samenleving, een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen.’

‘Ik was met mijn toenmalige vriendin in Oostenrijk op vakantie toen het gebeurde. Nadat we onze tent hadden opgezet liet ik me in een klein binnenmeertje voorover glijden. Ik kwam heel ongelukkig met mijn kin op een zandheuveltje terecht en brak een nekwervel. Tot dat moment was ik altijd een zondagskind geweest en kende ik geen tegenslagen. Ineens kwam ik in een totaal andere wereld terecht. Van een dwarslaesie had ik nog nooit gehoord. De eerste periode ontkende ik alles, ook al zeiden ze direct dat ik nooit meer kon lopen. Als rasoptimist dacht ik dat het wel goed zou komen. Pas na een tijd kwam het besef dat dit voor altijd was. Ik weet nog dat ik vierentwintig uur aaneengesloten heb gehuild. Daarna kwam er iets strijdbaars in me naar boven. Ik dacht: wel of geen handicap: uitdagingen zijn er altijd! De eerste keer tandpasta op een tandenborstel krijgen zonder de hele badkamer onder te smeren, de eerste keer zelf aankleden, het waren stuk voor stuk overwinningen.’

‘Tijdens mijn revalidatie leerde ik weer zoveel mogelijk zelfstandig te functioneren en mijn energie te doseren, en dus ook hulp te vragen als dat nodig was. Doordat ik om me heen zag wat anderen die al verder waren met hun revalidatie allemaal deden, kreeg ik weer perspectief. Als zij konden autorijden, werken, of op vakantie gaan, zou ik het ook kunnen. In de weekenden haalden mijn vrienden me op en namen me mee naar de kroeg, want ik mocht geen watje worden van ze. Dat hielp me toen ik weer terug kwam in het gewone leven.’

‘Ik besloot rechten te gaan studeren. Maar hoe moest ik bij de universiteit komen? Het openbaar vervoer was niet toegankelijk voor mensen met een rolstoel. Mijn verzoek om mijn studenten-OV-kaart in te ruilen voor een reisvergoeding werd afgewezen. Ik zou met mijn handicap toch afhankelijk worden van een uitkering, dus waarom moest ik studeren? Woedend was ik! Ik schreef brieven naar alle Kamerfracties, waarop de PvdA Kamervragen stelde. Mét resultaat: de regels werden aangepast. Dat was het moment dat ik besloot de politiek in te gaan, want je ergens voor inzetten deed ertoe. Mijn drijfveer werd een inclusieve samenleving, een samenleving waaraan iedereen op een gelijkwaardige manier kan deelnemen.’

‘Na mijn studie rechten deed ik juridisch werk bij de gemeente Nijmegen. Ondertussen werd ik lid van de PvdA en kwam in de gemeenteraad terecht. Ik merkte hoe leuk politiek was. Een paar jaar later, op mijn negenentwintigste, werd ik gevraagd om in Doetinchem wethouder te worden. Via de lokale politiek belandde ik later bij de landelijke politiek. Als Tweede Kamerlid van de PvdA en woordvoerder zorg was het natuurlijk een voordeel dat ik zelf zorg heb ervaren, waardoor het niet alleen een papieren onderwerp was. Mijn eerste rolstoel, bijvoorbeeld, zou volgens de regels gezien de hoogte van mijn laesie een dure elektrische rolstoel worden. Zelf wilde ik een lichte handbewogen sportrolstoel, omdat het gezonder was en ook uit ijdelheid. Die sportrolstoel was duizenden euro’s goedkoper en toch heb ik hemel en aarde moeten bewegen om dit door te drukken. Alleen omdat het buiten de regeling viel. Absurd natuurlijk.’

‘In 2016 heb ik besloten om terug te gaan naar het lokale bestuur. Ik miste het echte contact met de mensen. Halverwege het jaar werd ik gekozen als burgemeester. Een prachtbaan. Het ene moment knuffel je konijnen met bejaarden en het andere moment onderhandel je over miljoenen voor grondexploitaties. Daarnaast ben ik voorzitter van de Stichting Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid. Met dit keurmerk geven wij concrete handvaten hoe je openbare ruimtes toegankelijk kunt maken voor iedereen. Ik krijg natuurlijk vaak de vraag hoe toegankelijk mijn eigen gemeente dan wel niet is. Omdat mensen willen dat ik als burgemeester bij ze naar binnen kan, ontstaan er vaak snel heel praktische oplossingen. Toch vraag ik als ik op werkbezoek ga mijn secretaresse altijd voor de zekerheid even te checken of ik naar binnen kan. Privé is dat anders. Mijn vrouw en ik bedenken eerst waar we graag naartoe willen en zien dan ter plekke wel hoe de situatie is. Als ik dan voor die tempel in Indonesië sta waar ik in mijn rolstoel niet naar binnen kan, zijn er altijd mensen die willen helpen. Ik zou liever niet in een rolstoel zitten, maar het mooie is dat mijn dwarslaesie mij ook levenslessen heeft gebracht die mij hebben gemaakt tot wie ik nu ben.’

 

In januari 2016 bekrachtigde de Tweede Kamer het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van de Verenigde Naties. Het betekent onder meer dat de Nederlandse samenleving toegankelijk moet worden voor iedereen. Omdat Otwin van Dijk vond dat dit verdrag te veel ruimte liet, diende hij een wetsvoorstel in waarin staat dat mensen met een beperking recht hebben op toegankelijkheid. Begin dit jaar werd deze wet door een meerderheid van de Kamer aangenomen. Deze wet houdt in dat openbare ruimtes, zoals winkels, gemeentehuizen, musea en restaurants, de plicht hebben om te zorgen voor toegankelijkheid. Natuurlijk wordt hierbij uitgegaan van redelijkheid: een kasteeltoren kan je niet altijd toegankelijk maken. In januari dit jaar startte er ook een landelijke campagne om mensen bewust te maken. Otwin van Dijk: ‘Ik weet zeker dat Nederland er over tien jaar anders uitziet op dit gebied.’