Zorgpaden in de revalidatie

Door de therapie anders te organiseren krijgen klinische revalidanten meer therapie, op vastere tijdstippen. Uitval van therapie is er niet meer en mensen weten beter wat ze kunnen verwachten. De introductie van zorgpaden bij De Hoogstraat Revalidatie heeft belangrijke voordelen voor de dwarslaesiepatiënt. 

‘Voor de zorgpaden hebben we de therapie anders georganiseerd’, vertelt inhoudelijk procesbegeleider Sacha van Langeveld. ‘Zo hebben we het aantal groepen drastisch teruggebracht. We voegden bijvoorbeeld vijf groepen, van ‘rolstoelrijden’ tot ‘handbiken’, samen tot één groep ‘verplaatsen’. Die groep heeft meer begeleiders en valt daardoor niet meer uit, zoals eerst geregeld gebeurde. Therapeut en revalidant bepalen wekelijks wat iemand precies gaat doen in een groep. Maar de behandeling kan ook op ieder moment worden aangepast aan de behoefte van de aanwezige revalidanten.’ Revalidanten waarderen die aanpak, weet van Langeveld uit de enquête die ze elke vier maanden afneemt. ‘Ze vinden het fijn om te kunnen leren van anderen, om dingen te kunnen afkijken. Terwijl vroeger het idee was dat mensen liever individuele therapie hebben.’


Meer behandelaars

De revalidanten krijgen meer therapie dan voorheen. Van Langeveld: ‘Dat bereikten we door heel strak te kijken wat in groepen gedaan kan worden en wat nog steeds individueel moet. Zo gaat krachttraining nooit meer in de individuele therapie, maar altijd in de groep. Anders dan voorheen wordt de individuele therapie nu ook gegeven door meerdere therapeuten. We dachten dat patiënten graag één vaste behandelaar willen, maar dan kun je geen regelmaat garanderen, onder andere door het vele deeltijdwerk. Uit de enquêtes blijkt dat revalidanten het juist ook leuk en leerzaam vinden om meerdere therapeuten te hebben. En ze vinden het heel fijn dat de therapie altijd doorgaat.’ Op grond van de enquêtes worden de zorgpaden waar nodig aangepast. ‘Ze zijn niet statisch. Zo hebben we de frequentie van sommige groepen teruggebracht omdat het programma te intensief bleek te zijn.’ Het probleem dat er vroeger was, dat mensen de behandeling soms juist te weinig intensief vonden, is in ieder geval opgelost. ‘Ze zijn nu veel tevredener over dit punt.’

 

Ton Verschoor volgde een zorgpad bij De Hoogstraat. Verschoor (61), ondernemer in de agrarische sector, liep bij het inbrengen van een stent in zijn aorta als complicatie een lage dwarslaesie op. Eind januari 2017 startte zijn klinische revalidatie: ‘Vooraf wist ik al dat ik drie maanden bij De Hoogstraat zou blijven; die duidelijkheid is prettig. Dagelijks had ik een uur of drie, vier therapie. Dat was intensief, en ook dat vond ik prettig. De meeste therapie wordt in groepen gegeven: dan ben je bijvoorbeeld met vier patiënten en drie therapeuten samen bezig. In zo’n groep motiveer je elkaar, spoor je elkaar aan om door te zetten. Als je dat wilt, kun je ook altijd extra oefenen. Dat heb ik ook gedaan, bijvoorbeeld extra fitness voor mijn benen. De aanwezige therapeuten keken dan of ik veilig en doelgericht bezig was.’

Verschoor vond de behandeling goed afgestemd op wat hij nodig had. ‘In het begin laat je het over je heenkomen, maar later ga je zien dat er een systeem in zit. Daarbij was het heel fijn dat er veel overleg met mij was over de invulling van de behandeling. Revalidatie heeft me heel goed geholpen. Toen ik aankwam kon ik niets, maar na drie maanden kon ik mezelf weer redden: zelf in en uit de auto komen bijvoorbeeld. Mijn hobby is het mennen van paarden, haflingers, en een week nadat ik was ontslagen zat ik alweer op de koets. Ik was er met een trapje met leuningen opgeklommen. Het is super dat zoiets zo snel weer kan.’  

 

Overgang

De nieuwe structuur kent ook voordelen die voor de patiënt niet direct zichtbaar maar wel merkbaar zijn, vertelt Van Langeveld. ‘Voor de introductie van de zorgpaden hebben we de hele behandeling inhoudelijk kritisch bekeken. Wélke behandeling is bewezen het meest effectief voor welke groep?’ Eén van de gevolgen is dat er nu meer wordt gewerkt búiten het revalidatiecentrum: ‘Activiteiten die revalidanten straks thuis moeten kunnen, zoals naar een winkel gaan, hebben we meer in de programma’s ingebouwd.’ Doordat vooraf bekend is wanneer de klinische revalidatie wordt afgerond, wordt de overgang naar het leven na de revalidatie eerder voorbereid. ‘Bijvoorbeeld de overdracht naar de zorg thuis of het regelen van hulpmiddelen. We kunnen anticiperen op wat straks nodig zal zijn.’


Inzicht

Door de zorgpaden kan De Hoogstraat heel precies laten zien wat een behandeling inhoudt. Dankzij metingen voor en na de therapie is ook duidelijk wat de resultaten zijn. ‘Dat is belangrijk voor de patiënt, maar ook voor de zorgverzekeraars. Verder kunnen we nu heel goed laten zien waarom sommige patiënten meer behandeling nodig hebben dan andere, ook binnen de verschillende zorgpaden. Voorheen werd gewoon extra therapie ingepland, nu moeten we dat onderbouwen. Ook dat geeft inzicht.’

Voor de behandelaars geeft de nieuwe opzet eveneens meer inzicht. ‘Door een verbeterde overdracht met behulp van mappen die revalidanten bij zich hebben is er veel duidelijkheid. Dus kunnen therapeuten er beter op vertrouwen dat de revalidant zelf kan werken aan zijn doelen. Dat geeft minder werkdruk. Er is ook veel minder regelwerk met de planning, en minder stress omdat de behandeling altijd doorloopt.’ De Hoogstraat gaat door met het ontwikkelen van zorgpaden – nu eerst voor patiënten met hersenletsel of een amputatie – en ook de andere revalidatiecentra werken hieraan. Van Langeveld benadrukt dat dit een proces van de lange adem is. ‘Maar een proces dat voor alle betrokkenen winst oplevert.’

Van oudsher wordt in de revalidatie per persoon een behandeling samengesteld. Een goede werkwijze, maar het kan duidelijker en efficiënter, was het idee. Daarom wordt nu gewerkt aan zorgpaden: behandelpakketten met een vast aantal behandeluren en een vooraf vastgestelde duur. De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht is er al ver mee. Sinds vorig jaar wordt voor elke nieuwe dwarslaesiepatiënt die het revalidatiecentrum binnenkomt één van de vijf zorgpaden uitgekozen. Wélk zorgpad het wordt, hangt onder meer af van de mate waarin iemand zijn handen nog kan gebruiken. Immers, hoe minder je met je handen kan doen, hoe meer revalidatie nodig is.