Evidence-based practice (EBP) betekent behandelen volgens de meest effectieve behandelprogramma’s. ‘Daarvoor moet je onder meer behandelresultaten meten, om met die kennis de patiëntenzorg te verbeteren. Dáár draait het om en dat moet eigenlijk de topprioriteit zijn voor iedere revalidatie-instelling’, zegt Michel Leenders, beleidsmedewerker van branchevereniging Revalidatie Nederland.

‘Ik weet niet of EBP bij elke revalidatieinstelling even ver is ingevoerd,’ vertelt Michel Leenders, ‘maar de werkwijze is anno nu noodzakelijk. Niet alleen om de patiënt de beste zorg te kunnen bieden, maar ook om transparant te kunnen zijn.’ Zo laten bijvoorbeeld De Hoogstraat en Heliomare op hun website de behandelresultaten gemeten met de USER zien. Met dat instrument hebben zij de fysieke zelfredzaamheid gemeten van alle klinische patiënten, en die in kaart gebracht. Naast de totale groep zijn de resultaten voor drie doelgroepen apart getoond: beroerte, dwarslaesie en beenamputatie. Of een ander voorbeeld: de Sint Maartenskliniek heeft MaartensFacts uitgebracht, een boekje dat inzicht geeft in de resultaten van verschillende behandelingen, om te zien en te láten zien wat de behandelingen concreet hebben opgeleverd voor patiënten. Het centrum hoopt dat dit leidt tot navolging en een bredere discussie over dit onderwerp in de zorg. Ook het Rijnlands Revalidatie Centrum publiceert behandeleffecten, in zogenoemde resultaatkaarten. Het centrum gebruikt voorts rapportages van behandeleffecten, voor het verbeteren van de behandeling.’

Landelijke Databank Uitkomstmaten

‘EBP gaat dus onder meer om het bieden van transparantie,’ zegt Leenders. ‘Zorgverleners moeten sinds de grote omslag in de zorg in 2006, waarbij marktwerking werd geïntroduceerd, steeds meer hun toegevoegde waarde laten zien. Zorgverzekeraars en publiek willen weten waar ze het beste kunnen aankloppen.’ Revalidatie Nederland voert nu een pakket transparantiemaatregelen door. Hieronder valt de Landelijke Databank Uitkomstmaten, een nieuwe databank waarin de revalidatie-instellingen hun behandelresultaten zullen verzamelen. De instellingen die lid zijn van Revalidatie Nederland geven ook nu al elk jaar informatie door over een set prestatie indicatoren. Die gaan over de kwaliteit, veiligheid, doelmatigheid en toegankelijkheid van de zorg. Leenders: ‘De indicatoren zijn vooral ontwikkeld om intern een beeld te krijgen van structuur en proces, en om die binnen de individuele instellingen waar nodig te verbeteren. Nu gaat het steeds meer om de éxterne verantwoording.’

In ontwikkeling

Het ontwikkelen van die databank wordt een grote klus die in fasen wordt aangepakt, vertelt de beleidsmedewerker. De vereniging van revalidatieartsen VRA, Revalidatie Nederland en zorgverzekeraars CZ en Zilveren Kruis hebben eerder al een intentieverklaring ondertekend. In een business plan wordt nu vastgelegd welke meetinstrumenten uniform zullen worden ingezet – USER zal er daar één van zijn – en wat de kosten en opbrengsten zijn. In het proces wordt goed gekeken naar al bestaande databanken, zoals die van de Stichting Benchmark GGZ. ‘EBP is een domein in ontwikkeling’, concludeert Michel Leenders. ‘En de Landelijke Databank Uitkomstmaten past als centrale faciliteit helemaal in die ontwikkeling. Het gaat erom op basis van vergelijking te leren en te streven naar de beste behandeling tegen de beste prijs.’ Het eindresultaat zal ver reiken. ’We willen uiteindelijk bij alle aandoeningen in de revalidatie de vooruitgang meten op verschillende domeinen, zoals communicatie en mobiliteit.’ ‘

Voortdurend vernieuwen met EBP’

Het Rijnlands Revalidatie Centrum werkt met vierhonderd man personeel aan het verbeteren van de zelfstandigheid van patiënten. Het centrum, dat jaarlijks 3200 revalidanten ziet, gebruikt principes van evidence-based practice (EBP) waarbij behandelingen worden geboden op basis van drie pijlers: de wensen van de patiënt, de laatste wetenschappelijke literatuur en de expertise van behandelaars. Op deze manier is de patiënt verzekerd van de best mogelijke zorg, zegt Marieke de Jonge-Algra, coördinator EBP-werken en adviseur kwaliteit. ‘Daarbij wordt steeds gewerkt aan verbétering van de behandeling. ‘Het is een grondige zoektocht: naar relevante richtlijnen in binnen- en buitenland, en naar de beste behandelmethoden. Voorheen werd er alleen opgeschreven wat we al deden tijdens de behandeling. Nu vernieuwen we voortdurend, voor een goed onderbouwde, veilige en patiëntgerichte zorg. Daar zetten wij echt op in, en dat proces doen we samen met onze medewerkers. Het doel is excellente zorg, en EBP is daar het middel voor.’

Strategisch speerpunt

Al in 2009 maakte het RRC een strategisch speerpunt van EBP, en dat is het nu nog steeds. ‘Dat dit zo expliciet is gebeurd, is in de revalidatiewereld uniek. We investeerden onder meer in opleiding van de medewerkers en het ontwikkelen van EBP-proof behandelprogramma’s. En ieder van de elf behandelteams heeft een aandachtsfunctionaris die twee uur per week heeft om EBP binnen zijn of haar team te waarborgen.’ Een concreet resultaat van deze aanpak zijn bijvoorbeeld de praktijkkaarten voor de verpleging in de kliniek. ‘Op één geplastificeerd A4 staat een beschrijving van een verpleegkundige handeling, gebaseerd op de meest recente richtlijn, die verpleegkundigen gebruiken tijdens de dagelijkse zorgverlening. Zo weten verpleegkundigen dat ze steeds werken volgens de laatste richtlijnen.’

Cyclus

De coördinator legt uit dat EBP in haar centrum een cyclus is, die uit vier stappen bestaat: het opstellen van een behandelprogramma, de behandeling zelf, evaluatie van de resultaten en - waar nodig – aanpassing van het programma. ‘Bij de start en aan het einde van een behandeling nemen behandelaars testen en vragenlijsten bij patiënten af. De resultaten worden gebruikt door het behandelteam om de vooruitgang van een individuele patiënt te kunnen zien. Maar de resultaten worden óók gebruikt voor effectrapportages op groepsniveau. We hebben al vijf resultaatkaarten gemaakt, bijvoorbeeld over pijnrevalidatie. Hierdoor kunnen patiënten en ketenpartners precies zien wat onze behandelresultaten zijn. Eenvoudig, overzichtelijk en transparant. We hebben hierover een wetenschappelijk artikel gepubliceerd, dus zo dragen we zelf ook weer bij aan het genereren van evidence.’

Verdieping

Het RRC levert, zoals alle leden van Revalidatie Nederland, met het oog op transparantie op gezette tijden cijfers over de prestatie-indicatoren in bij de brancheorganisatie. Het RRC gebruikt deze cijfers ook om behandelingen te verbéteren. ‘Zo hebben we sinds 2013 ieder jaar de gegevens van de USER gebruikt voor terugkoppeling door de EBPfunctionaris aan het behandelteam: in hoeverre gaan CVA-patiënten vooruit, wat zijn kenmerken van de patiëntengroep? Daaraan koppelen we verdieping over het meetinstrument en discussie over verbeteringen in de behandeling. Dat werkt heel goed.’ De EBP-coördinator van het Rijnlands Revalidatie Centrum raadt andere centra aan om óók EBP in de praktijk toe te passen. ‘Het is heel goed om behandeleffecten te laten zien aan behandelteams en aan de buitenwereld, en om met elkaar continu de behandeling te verbeteren op basis van nieuwe bewijzen. Door daarin te investeren, zijn we in staat onze patiënt de best mogelijke zorg te geven. Daar doen we het allemaal voor!’

Boekje Evidence Based Practice, uitgave van het RRC.