Een hoogleraar in de revalidatie aan het woord

Thea Vliet Vlieland (Leiden, 1961) studeerde fysiotherapie en geneeskunde. Zij werkte als medisch coördinator in een reumakliniek in Noordwijk en promoveerde op een onderzoek naar multidisciplinaire teamzorg voor mensen met reumatoïde artritis. Inmiddels is ze onderzoekscoördinator bij het Rijnlands Revalidatie Centrum en Sophia Revalidatie. Sinds mei 2013 is ze bijzonder hoogleraar op het gebied van doelmatigheid van revalidatieprocessen, in het bijzonder fysiotherapie, aan de Universiteit Leiden, vanwege het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Ze is getrouwd en heeft twee dochters. Koken en wandelen zijn haar hobby’s.

Door vooraf en aan het einde van een revalidatieproces bij een patiënt metingen te verrichten, ontstaat een goed beeld van de resultaten van dat proces. Volgens Thea Vliet Vlieland is deze gangbare evaluatiemethode niet verkeerd maar wel onvolledig. ‘De resultaten zeggen alleen iets over de totale winst die is geboekt, maar weinig over het effect van de afzonderlijke interventies. Binnen de revalidatie hebben we te maken met multidisciplinaire zorg. Bij wetenschappelijke evaluaties kunnen we soms niet goed navertellen welke zorg tijdens het traject in welke dosis, frequentie en intensiteit is geleverd, waardoor er sprake lijkt van een black box. Dan is het resultaat lastig te interpreteren.’

Vliet Vlieland is onderzoekscoördinator bij het Rijnlands Revalidatie Centrum en Sophia Revalidatie. Sinds mei 2013 is ze tevens bijzonder hoogleraar op het gebied van doelmatigheid van revalidatieprocessen, in het bijzonder fysiotherapie, aan de Universiteit Leiden. Ze streeft ernaar om de genoemde black box open te breken. ‘We willen meer zicht krijgen op wat de werkzame elementen van een behandeling zijn, zodat we die verder kunnen onderzoeken. We kijken niet alleen naar de gezondheidswinst maar ook naar de kosten voor zowel de maatschappij, de gezondheidszorg als de patiënt. Mensen die een beperking krijgen, schieten er financieel vaak bij in. Ze hebben te maken met bijvoorbeeld reiskosten, aanpassingen en hulpmiddelen die niet of deels worden vergoed en verlies aan inkomen door minder werk of het verlies van hun baan.’

Als wetenschappelijk onderzoeker wil Vliet Vlieland raamwerken ontwikkelen om zowel de structuur, het proces als de uitkomsten van revalidatiezorg in wetenschappelijk onderzoek op een gestandaardiseerde manier te kunnen beschrijven. Deze wil ze onder andere toepassen op onderzoek naar de behandeling van CVA-patiënten, de grootste groep in beide revalidatiecentra waaraan zij is verbonden. Daarvoor hebben de twee centra samen met het LUMC onlangs het onderzoek SCORE (Stroke, Cohort, Outcome en Rehabilitation) opgestart. Vliet Vlieland: ‘Gelukkig ontwikkelen de meeste zorginstellingen al zorgpaden waarin ze zorgprocessen uitvoerig beschrijven. Ook landelijk wordt daaraan gewerkt. Die zorgpadbeschrijvingen kunnen we goed gebruiken in het onderzoek, waarvoor we ook internationale consensus nodig hebben over gestandaardiseerde beschrijvingen van zorgprocessen. Pas dan is het mogelijk om de zorg van revalidatiecentra nationaal en internationaal onderling wetenschappelijk met elkaar te vergelijken en verder te verbeteren.’

Om het wetenschappelijk onderzoek te laten aansluiten op de behoeften van patiënten, acht Vliet Vlieland het noodzakelijk hen bij de opzet daarvan te betrekken. In het Rijnlands Revalidatie Centrum is dat inmiddels gerealiseerd. Dit centrum raadpleegt een groep van CVA-patiënten als onderzoekpartners regelmatig bij het opstellen en bijsturen van onderzoeksprotocollen. Volgens Vliet Vlieland lieten ze bijvoorbeeld weten dat er meer aandacht moet komen voor onderzoek naar de organisatie, inhoud en de uitkomsten van de zorg na de revalidatieperiode. ‘We hebben als zorgverleners en onderzoekers helaas nogal eens de neiging om de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen zelf in te vullen, en te weinig rekening te houden met de wensen van patiënten.’ Naast patiënten hoopt Vliet Vlieland dat meer revalidatieartsen bij wetenschappelijk onderzoek betrokken raken. Zelf probeert zij de infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek in de opleiding tot revalidatiearts binnen de opleidingsregio Leiden te versterken. ‘Het zou mooi zijn als ons team van onderzoekers op korte termijn versterkt wordt met de invulling van de vacature van hoogleraar revalidatiegeneeskunde nu Hans Arendzen met emeritaat is.’