Het gloednieuwe Revalidatie Kennisnet brengt professionals in de revalidatiesector dichter bij elkaar. Tenminste, als zij de weg naar kennisnet ook vinden. Sinds eind januari draaide een pilot; wat zijn de eerste ervaringen?

De kwaliteitsadviseur

‘Ik heb een werkgroep aangemaakt op Revalidatie Kennisnet, het kwaliteitsnetwerk. Dat is bestemd voor de leden van de landelijke werkgroep van kwaliteitsadviseurs’, vertelt Marieke de Jonge-Algra, adviseur kwaliteit en innovatie bij het Rijnlands Revalidatie Centrum (RRC). ‘Het is een semi-open werkgroep, mensen die lid willen worden moeten zich bij mij melden. Die werkgroep is vooral handig voor het uitwisselen van stukken. Daarnaast heb ik een profiel aangemaakt en ben gelinked met andere kwaliteitsadviseurs. Ook krijg ik vanuit het netwerk wekelijks een e-mailalert met updates en informatie. Ik heb me geabonneerd op alle voor RRC relevante terreinen.

Daarover krijg ik zorginhoudelijke informatie, maar bijvoorbeeld ook informatie over cursussen. Je kunt zelf aangeven hoe vaak je zo’n mail wilt ontvangen.’ De Jonge-Algra maakte deel uit van de begeleidingscommissie van Revalidatie Kennisnet. Daarmee werd zij de schakel tussen RRC en kennisnet. ‘Ik wil het gebruik van kennisnet stimuleren. Daarom heb ik collega’s over kennisnet geïnformeerd; veel van hen zijn het ook gaan gebruiken. En ik stuur regelmatig relevante informatie door naar zorgprofessionals. Op termijn moeten ze die informatie zelf gaan verzamelen, maar tijdens de opstartperiode help ik ze graag een handje.’ Kennisnet gaat de sector werk besparen, denkt De Jonge-Algra. ‘Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van behandelprogramma’s. Dat doen alle centra nu voor zichzelf, aan de hand van de landelijke richtlijnen. Het is toch veel efficiënter om eerst te kunnen zien hoe andere centra de vertaling van de richtlijn in een behandelprogramma hebben gemaakt? En om daar gemakkelijk over te kunnen communiceren met professionals elders? Daarvoor is het wel belangrijk dat professionals informatie en literatuur naar kennisnet toe brengen. Dat moet nu echt gaan gebeuren.’

De revalidatiearts

Revalidatiearts Sven Slikkerveer: ‘Revalidatie Kennisnet is een heel handig instrument voor de landelijke werkgroep Multiple Sclerose van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen. Namens Revalidatie Friesland praat ik daarin mee over het beleid bij mensen met MS.’ Die werkgroep van revalidatieartsen komt een paar keer per jaar bij elkaar. ‘Sinds begin februari staan de vergaderstukken op ken-nisnet, centraal en gestructureerd. Dat scheelt veel mails.’ Daarnaast stellen de werkgroepleden inhoudelijke vragen aan elkaar via een besloten forum op kennisnet. ‘Zo vroeg iemand waar koelvesten, die MS-patiënten soms gebrui-ken omdat zij slechter tegen warmte kunnen, besteld kunnen worden en of ze vergoed worden. Een ander had de indruk dat een bepaalde behandeling relatief veel pijnklachten gaf bij MS-patiënten, vergeleken met bijvoorbeeld CVA-patiënten. Zoiets bediscussieer je in de groep. Wanneer anderen ook die indruk hebben, maar nog niemand het goed heeft uitgezocht, duik je verder de literatuur in.’ Slikkerveer ziet de kennisuitwisseling via de besloten omgeving van de werkgroep als een begin. ‘We moeten die uitwisseling geleidelijk en zorgvuldig uitbreiden. En bijvoorbeeld ook onderzoeken hoe we de binnen de werkgroep opgebouwde kennis kunnen toevoegen aan de algemene kennis-bank over MS op kennisnet. Verder werken we mee aan een multidisciplinaire MS-richtlijn. Wanneer die af is, willen we hem voor andere professionals toe-lichten op kennisnet.’

Het werken via kennisnet bevalt Slikkerveer goed. ‘Je merkt dat kennisnet is toegesneden op onze sector. En de ondersteuning is goed. Suggesties om dingen te verbeteren worden meteen opgepakt. Zo wordt kennisnet steeds gebruikersvriendelijker. Veel collega’s weten nog niet hoe gebruikersvriende-lijk het al is. Het zou goed zijn als zij allemaal gaan kijken, en dan ook direct hun profiel invullen!’

Revalidatie Kennisnet is een sectorbreed systeem voor kennisuitwisseling. Het is een digitale ontmoetingsplaats waar revalidatieprofessionals vakinhoudelijke kennis delen en hun onderlinge samenwerking versterken. Ze kunnen al dan niet besloten groepen vormen, informatie plaatsen in kennisbanken, elkaar vragen stellen en casuïstiek bespreken in fora. Revalidatie Nederland ontwikkelde het kennisnet in samenwerking met revalidatieprofessionals, in het kader van het Innovatieprogramma Revalidatie. Professionals kunnen een account aanmaken op www.revalidatiekennisnet.nl.

 

De logopedist

‘Ik heb op Revalidatie Kennisnet de semi-open groep Cognitieve Communicatiestoornissen aangemaakt’, vertelt Nicole Verwegen, logopedist bij Tolbrug Specialistische Revalidatie in Den Bosch. Ze werkt vooral met patiënten met neurologische problemen, waaronder dus communicatieproblemen, vaak na een beroerte. ‘Het kan bijvoorbeeld gaan om mensen die nog goed lijken te kunnen communiceren, maar moeite hebben met de beurtwisseling of met oogcontact tijdens een gesprek.’ Mensen met deze cognitieve communicatiestoornissen zoeken de laatste jaren steeds vaker hulp, en komen dan bij de logopedist terecht. Voor de logopedisten zijn cognitieve communicatiestoornissen dus een betrekkelijk nieuw werkveld. ‘In de groep op kennisnet bespreken we hoe we onderzoeken wat er precies bij een patiënt aan de hand is, en hoe we vervolgens behandelen. Er blijkt maar heel weinig evidence-based informatie over deze aandoening voorhanden te zijn. Als groep kunnen we bekijken hoe we anamnese en behandeling meer evidence-based kunnen maken. We bediscussiëren wat we kunnen met de wetenschappelijke bewijzen die we wel kunnen vinden.’

Revalidatie Kennisnet moet zich nu verder ontwikkelen, stelt Verwegen. ‘De standaardindeling is diagnosegericht, maar als vakgenoten heb je elkaar ook veel te melden. Daarom heb ik die semi-open groep opgericht, waarvoor logopedisten zich bij mij kunnen aanmelden. Er zijn zoveel mogelijkheden. We zouden bijvoorbeeld ook informatie kunnen uitwisselen over alternatieve hulpmiddelen, zoals app’s voor mensen met communicatie- of geheugenproblemen.’ De logopedist vindt al langer dat revalidatiecentra meer informatie moeten uitwisselen. ‘Daarom heb ik ook meegedaan aan de pilot van kennisnet. Het raamwerk staat er, nu is het aan ons professionals om het te vullen. Ik zou tegen collega’s willen zeggen: ga er lekker mee aan de slag!’

De fysiotherapeut en onderzoeker

‘Waarschijnlijk zal Revalidatie Kennisnet zich snel ontwikkelen op het terrein van de dwars-laesierevalidatie, de neurologische revalidatie en de pijnrevalidatie. Op deze terreinen bestonden namelijk al werkgroepen, die nu via kennisnet gaan werken. Zij nemen veel informatie mee.’ Martin van der Esch maakte deel uit van de begeleidingscom-missie van kennisnet. Dat deed hij vooral vanuit het wetenschappelijk onder-zoek. Hij werkt als senior onderzoeker voor Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie in Amsterdam. Daarnaast werkt hij wekelijks nog een paar uur als fysiotherapeut. ‘Ik verwacht dat ook de uitwisseling van wetenschappelijke kennis snel zal toenemen.’ Voor de praktiserende fysiotherapeuten ziet hij eveneens goede mogelijkheden, zodra hen duidelijker wordt wat de meerwaarde van kennisnet is. ‘Fysiotherapie binnen de revalidatie is een heel specialistisch terrein. Kennisnet is een uitstekend platform voor het uitwisselen van specialistische kennis en, in het verlengde daarvan, het stimuleren en breed implementeren van nieuwe ontwikkelingen.’

Over het praktisch functioneren van Revalidatie Kennisnet is Van der Esch tevre-den. ‘Ik krijg wekelijks e-mailalerts binnen, waardoor ik weet op welke voor mij interessante gebieden iets nieuws staat op kennisnet. Meestal ga ik dan ook even kijken.’ Er zijn dus goede mogelijkheden, maar het zal niet vanzelf gaan. ‘Het gebruik van kennisnet moet gepromoot worden bij de revalidatiecentra. Ook moeten mensen binnen deelgebieden de kar gaan trekken, bijvoorbeeld door een informatiestroom te beheren. Daarvoor is inzet nodig vanuit de revalidatiecentra en Revalidatie Nederland. Kennisnet heeft veel potentie. Met een kleine duw in de rug kunnen we heel ver komen.’