Hoe is het oefenen gegaan? Het is één van de vele open vragen die ergotherapeut Martine Bor dagelijks stelt. ‘Als mensen door gedragsverandering een waardevoller leven kunnen leiden, denk ik: wat heb ik toch een superleuk vak.’

 

Op maandagen is de receptie van Basalt Zoetermeer onbe­mand, maar het blijkt voor de interviewer niet nodig om zich ergens te melden. Een medewerker van de afdeling planning is opmerkzaam. ‘U heeft zeker een afspraak met Martine Bor? Wacht maar even, ik zal haar halen.’ In deze vleugel, gehuurd in een pand met verschillende zorginstellingen, zijn de lijntjes kort en weet iedereen van elkaar waar hij of zij mee bezig is. Ergotherapeut Martine Bor pionierde hier tien jaar geleden met een handvol therapeuten. Om dichter bij de mensen in Zoetermeer te komen. Nu is het centrum voor poliklinische volwassenenrevalidatie uitgegroeid tot een team van vijftien man, waaronder twee ergotherapeuten, drie fysiotherapeuten, een logopedist, twee maatschap­pelijk werkers en twee psychologen. Nog steeds klein. Veel van de patiënten die hier komen, hebben problemen na een infarct of bloeding, lijden aan MS of kampen met chronische pijnklachten.

Martine Bor komt in vlotte pas aangelopen. Haar ogen lachen. In haar spreekkamer, waar een laag bed staat om met patiënten te oefenen, legt ze uit waarom. ‘Het is super om met een klein team te werken dat interdisciplinair samenwerkt. Hiervoor werkte ik in een ziekenhuis, waar professionals meer op eilandjes zitten. Dat heb ik hier totaal anders ervaren. Je bespreekt wie wat gaat doen, kunt snel schakelen en hebt veel voor elkaar over. Dan pakt de één iets op, dan de ander. Dat is heel fijn werken.’ In een ver verleden was ze fysiotherapeut in een praktijk, maar dit vak en deze sector passen beter. ‘Ik wilde niet alleen een pijnlijke plek behandelen of masseren, maar was benieuwd naar de oorzaken van die pijn. Het gaat vaak om overbelasting; het is inte­ressant om daar naar te kijken.’

Met haar team neemt Bor mensen dan ook grondig onder de loep. De patiënten zijn gro­tendeels zelfstandig, maar lopen toch tegen zaken aan waarbij ze de hulp van Basalt nog kunnen gebruiken. Overprikkeling, vermoeid­heid en concentratieproblemen zorgen voor obstakels bij alledaagse handelingen als werken, koken of voor de kinderen zorgen. Omdat de mensen het zelf moeten doen én thuis wonen, bestaat het werk van Bor voor meer dan de helft uit goed luisteren en veel vragen stellen. Open vragen welteverstaan. En ja, ze werkt ook met de tijdlijsten, waar ergotherapeuten om bekend staan. Veel patiënten moeten elk half uur opschrijven wat ze hebben gedaan en hoe ze zich na die activiteit voelen. ‘Dat geeft heel veel inzicht. Vervolgens kun je kijken: ligt vermoeidheid aan het moment van de dag of aan de activiteit op dat moment? Zo heb je een uitgangspunt voor verdere oefeningen en doelen.’ Waarbij leidend is wat iemand zelf belangrijk en waardevol vindt.

Voor een goed beeld volstaat de spreekkamer soms niet. ‘Thuisbehandeling is bij patiënten met cognitieve klachten efficiën­ter, omdat je dan écht ziet waar ze tegenaan lopen. Je ontmoet een partner en kind, ziet hoe een huis is ingericht. Dat is informatie die kan helpen bij je therapie. Zo was ik laatst bij een moeder die een herseninfarct had gehad en problemen had met koken.

In haar eengezinswoning zag ik dat haar dochter ook thuis was en veel aandacht vroeg en dat de vrouw haar telefoon bij zich had in de keuken. Oplossingen zijn dan dat de moeder met haar kind afspreekt dat ze even geen vragen kan stellen. Of dat ze de deur van de keuken dichtdoet en haar telefoon uitzet.’

Bor bedacht oefeningen voor koken, stofzuigen, het huis schoonma­ken én fietsen. ‘Dat was voor haar belangrijk, dat ze ook dan niet afgeleid zou worden door de dingen om haar heen. Door te doen trainde ze haar aandacht. Met de volgorde ‘stop, denken, doen’ leerde ze weer dat ze eerst even moest bedenken waar ze naartoe wilde gaan voordat ze op de fiets stapte.’ De ergotherapeut kan er van genieten als patiënten vooruitgaan. ‘Maar tevredenheid ontstaat niet alleen als mensen fysiek zijn verbeterd. Het geeft ook voldoe­ning als mensen stappen hebben gemaakt om dingen anders te doen. Dat ze gewoontes of een bepaald gedrag kunnen veranderen. Als ze daardoor toch weer een waardevol leven kunnen leiden, en dus positief terugkijken op hun revalidatie, dan denk ik: dit is echt een superleuk vak.’

Een vak waar Bor nog in kan doorgroeien. Zo wil ze zich nog verder specialiseren in behandeling van MS en chronische pijnklachten en is ze sinds kort teamcoördinator van een uitdijend team. Er zijn ver­kennende gesprekken over uitbreiding met ook een klinisch onder­deel. ‘Ik hoop dat we hier nog specialistischer en groter worden. Waarbij we er wel voor moeten waken dat we de voordelen van onze korte lijnen niet verliezen. Maar uitgroeien naar een mooie, grote en volwaardige locatie van Basalt is mijn streven. Dat verdie­nen onze patiënten.