Hans Slootman doet wat hij leuk vindt. En dus is hij nog steeds betrokken bij de revalidatiesector, ook al is de oud-arts van Heliomare al vijf jaar met pensioen. 

Dat het vandaag mooi weer is, is voor Hans Slootman geen verrassing. Dat voorspelde hij twee weken geleden al: ‘Laten we die dinsdag afspreken, dan is het lekker weer heb ik bedacht.’ Na een zonovergoten boottochtje naar zijn ‘ark’ in Amsterdam geeft hij meer uitleg over zijn levensfilosofie. ‘Mijn gave is dat ik kansen herken als ze op mijn weg komen. Mensen zeggen dan wel eens: wat jij doet, wil ik ook. Zij herkennen de kansen denk ik niet. Het doet me denken aan het boek ‘O wat mooi is Panama’ van Janosch. Kleine tijger en kleine beer gaan op reis naar Panama omdat daar alles mooier en beter is. Terwijl ze bij een rivier bedenken hoe ze aan de overkant komen, drijft een fles met een schatkaart voorbij zonder dat ze het merken. Zo is het ook bij veel mensen, denk ik: te druk om de schatkaart te zien. Mijn geluk is dat ik die flessen met schat­kaarten vaak wél zie.’

Zijn loopbaan als revalidatiearts bij Heliomare zat vol schatkaarten. Alle ruimte kreeg hij om de dwarslaesieafdeling op te zetten en te laten groeien. Daarnaast kon hij eigen projecten beginnen in het buiten­land. In Afrika en Azië zette hij revalida­tiecentra op; ontwikkelingswerk dat hem verrijkte als mens. ‘Ik word blij van het leven dat mensen daar leiden, ondanks de armoede en beroerde leefomstandigheden. Ze hebben een levenslust waar ik jaloers op ben.’ Op dit moment is er een verzoek om in Spanje een revalidatiecentrum op te zetten. Er komen genoeg verzoeken langs. In de revalidatiewereld geldt hij als de dwarslaesie-expert met buitenlandervaring. Als het leuk is, doet ie het. En dan heeft hij nog zijn ‘vaste’ taken. In juni van dit jaar gaat hij voor de zevende keer mee naar de Handbike Battle in Oostenrijk. Met een ‘maatje’ zorgt hij voor een livestream van het evenement, interviewt hij deelnemers en verwelkomt hij bovenop een berg in lederhosen de finishers met megafoon.

Eigenlijk is de Battle onmenselijk, vindt Slootman. ‘Maar deelne­mers halen het allemaal. Het is een overwinning op jezelf. Alle mensen die het halen, zeggen: ‘Dat is een belangrijk punt voor mij geweest. Ik heb wel mijn handicap, maar het is voor het eerst dat ik ook dingen kan.’ Bij sommige deelnemers voelde hij zich nauw betrokken, zoals bij Sidney Bito, die bij een schietpartij een dwarslaesie opliep. Tijdens de klinische revalidatie deed de patiënt volgens Slootman niet veel. ‘Maar daarna is hij gaan handbiken. Hij was zo sterk dat hij tijdens een training zijn frame kromtrok.’ Slootman betrok Bito bij een lezing op een congres en strikte ter plekke genoeg sponsors voor een nieuwe bike. Des te mooier was het dat Sidney de top haalde en eerste werd in zijn klasse. ‘Dat was wel een bijzonder moment.’

Bito had kunnen trainen in de Ardennen, waar Slootman een aange­past huis heeft. Dat geldt ook weer voor deelnemers aan de komen­de Battle. De komende jaren stelt hij zijn huis wel weer ter beschik­king, maar daarmee houdt zijn betrokkenheid bij de Battle ook op. Dit jaar zal de laatste keer zijn dat hij de deelnemers toespreekt. ‘Het is de zevende keer dat ik het doe. Ik merk dat het routine wordt, dat ik de emotie van de deelnemers minder voel. Dan is het tijd om het stokje over te dragen.’

Dat betekent niet zijn definitieve afscheid van de sector. Hij is betrokken bij een groep die voor Zorginstituut Nederland (ZiN) onderzoekt of de indicatiestelling voor een medisch specialistische revalidatiebehandeling scherper afgebakend kan worden. ZiN wil weten of je duidelijker kunt omschrijven welke diagnoses en/ of functiestoornissen in aanmerking komen voor medisch specia­listische revalidatie (MSR). Verzekeraars willen houvast: wanneer is MSR de aangewezen zorg? ‘De revalidatie claimt de zorg voor patiënten op het niveau van activiteitenparticipatie. Dat betekent dat er veel mensen bij de MSR terechtkomen waar de oorzaak van klachten minder van belang is. Ik denk dat we daar wél naar moe­ten kijken. Dat MSR zich moet beperken tot bewegingsstoornissen, cognitieve stoornissen en communicatiestoornissen. En dat andere revalidatie, zoals orgaanrevalidatie, oncologische revalidatie en pijn, ook door bijvoorbeeld andere specialisten opgepakt moet worden. In Nederland komen twee miljoen mensen in aanmerking voor pijnre­validatie en oncologische revalidatie. Die moeten het doen met 600 revalidatieartsen. Dat kan dus niet.’

Maar met afbakening van diagnoses ben je er nog niet. Daar kun je niet zomaar zorgkosten aan koppelen, want de prognoses verschil­len enorm. ‘Zo kan de ene cva-patiënt snel weer aan het werk, terwijl de andere een lange behandeling wacht in een revalidatie­centrum.’ Ingewikkelde materie waar Slootman zich de komende tijd voor wil inzetten om deze helderder te krijgen. En daarna? Dan is het wachten op de volgende schatkaart die hij uit kan rollen.