Dankzij zijn bionische hand is het alsof Arie Rommers (55) zijn fantoomhand weer kan bewegen. Een bevrijding. ‘Ook al mis ik die hand, ik voel hem wel gewoon. Alsof mijn vingers jarenlang zaten vast gegoten in een blok beton.’ Zijn nieuwe hand geeft zelfvertrouwen. ‘Ik schaam me niet langer voor mijn handicap.’

Bij binnenkomst lacht Arie hartelijk als hij de interviewer zijn robothand schudt: ‘Kijk maar uit, als de stroom uitvalt, zitten we aan elkaar vast!’ Eerder vergat hij al eens om zijn hand op te laden, waardoor hij was vastgeklonken aan een winkelwagentje. Er zat niets anders op dan zijn hand achter te laten en de oplader thuis op te halen. Het winkelpersoneel vond het hilarisch. ‘Weer eens wat anders dan iemand die naar de kipfilet vroeg.’

De bionische handprothese – één van de meest geavanceerde ter wereld – heeft Arie sinds vier jaar in bruikleen van Libra Revalidatie & Audiologie. Als hij een folder met de hightech hand bij zijn prothesemaker ziet liggen, is hij meteen enthousiast. Sinds het ongeluk op zijn dertiende, waarbij een granaat ontploft in zijn kamer, is hij een vaste gebruiker van protheses. De granaat, die in een doos vol met promotiemateriaal zit, krijgt hij van een kennis die bij de luchtmacht werkt. De granaat blijkt niet onklaar en ontploft in zijn hand als Arie ermee speelt. Pas drie weken later in het ziekenhuis, als het verband eraf mag, ziet Arie in plaats van zijn hand een stomp zitten. ‘Ik heb de boel bij elkaar gegild, niemand had het me nog verteld.’ In het revalidatiecentrum krijgt Arie zijn eerste handprothese. ‘Ik vond het vreselijk. De koker was hard en deed pijn. Ik schaamde me voor mijn handicap.’

Om in aanmerking te komen voor de nieuwe hand moeten de fantoomsignalen uit Arie’s onderarm sterk genoeg zijn en moet hij in goede conditie zijn. De hand is zwaar, waardoor spieren extra worden belast. Nadat hij groen licht krijgt, volgt Arie een jaar lang een intensief trainingsprogramma in Libra Revalidatie & Audiologie om de hand te leren besturen. ‘De robothand zit vast aan een koker met daarin twee sensoren. Als ik met mijn denkbeeldige vingers mijn hand open en dicht doe, bewegen de pezen van mijn onderarm mee. De pezen raken de juiste sensor, waardoor de robothand open en dicht gaat. De hand heeft verschillende posities. Mijn duim en wijsvinger kan ik onafhankelijk op en neer bewegen en de andere vingers gaan tegelijkertijd. Ik kan hard en zacht knijpen. Maar omdat ik geen tastzin heb en geen warmte en kou voel, moet ik altijd goed kijken wat ik doe.’ Arie demonstreert hoe getraind hij is en pakt voorzichtig een nootje uit een schaaltje, speelt met een plectrum op zijn gitaar en schenkt zonder morsen een kop thee in.

‘Deze hand is voor mij zo veel beter dan alle protheses hiervoor, die leken op een echte hand. Op school werd ik daarmee gepest. ‘Kapitein Haak’ of ‘Manke’, riepen ze naar me. Mensen staarden naar me en ik hoorde ze fluisteren of mijn hand nou wel of niet echt was. Ik verborg mijn hand door er iets overheen te dragen. Als de mussen van het dak vielen, droeg ik lange mouwen. Deze prothese is anders. Het is overduidelijk dat dit geen echte hand is. Laatst hoorde ik een jongetje tegen zijn vader zeggen: ‘Wauw pap, die man heeft een echte robothand.’ Mooi toch!’

Een jaar lang oefent Arie wekelijks met zijn fysiotherapeut om zijn nieuwe hand te leren gebruiken. De therapie is zwaar. ‘Ik moest een lichaamsdeel besturen dat ik niet had en sinds mijn dertiende niet meer had gebruikt. Maar ik ben een doorzetter. De eerste keer dat ik mijn denkbeeldige hand opende en tegelijkertijd de robothand openging, moest ik huilen. Het voelde alsof ik weer compleet was.’ Tussen het oefenen door vertelt Arie zijn fysiotherapeut over zijn nachtmerries. ‘Veertig jaar lang rook ik kruitdampen op mijn slaapkamer en werd ik zwetend wakker. Ik was altijd boos. Op de man die mij die granaat had gegeven en op mezelf, omdat ik zo stom was geweest.’ De fysiotherapeut wijst hem op EMDR therapie, waarmee je door oogbewegingen je trauma leert verwerken. De angsten worden minder en de boosheid verdwijnt. ‘Ik leerde mijzelf weer te accepteren.’

Dat Arie trots is op zijn rotbothand is overduidelijk. Op scholen en universiteiten houdt hij tegenwoordig lezingen. Behalve dat hij jongeren vertelt hoe zijn bionische hand werkt, hoopt hij hen ook iets anders mee te geven: ‘Wat je ook hebt, accepteer het en wees trots op wie je bent.’ Als de bruikleentermijn van deze robothand afloopt, hoopt Arie dat hij weer een nieuwer type mag uitproberen. ‘Mét beweegbare pols en vingers die los van elkaar kunnen bewegen, zodat ik kan tokkelen op mijn gitaar.’