Na een motorongeluk ging hij twee jaar geleden ‘het hoekje om’. Eenmaal teruggestuurd, wil Nick Bats (29) revalidanten inspireren met zijn verhaal. ‘Praten helpt, maar niet iedereen durft vragen te stellen.’

De tranen komen onverwachts. Nick Bats is een stoere gozer - brede schouders, grote kuif -, die strijdt voor zijn eigen zaakjes. Ziet overal het positieve van in, maakt met iedereen contact en strooit met scherpe opmerkingen en grappen. Maar als hij over de 23-jarige Macy praat, verdwijnt een pantser.

Macy heeft net als Nick een dwarslaesie. Macy een incomplete, Nick een hoge complete. Ze zat in zijn groep bij Rijndam Revalidatie, waar Nick revalideerde. ‘Macy was uitgerevalideerd, zwom nog poliklinisch, maar wilde meer. Ik vroeg haar wat haar volgende stap was. Ze wilde kunnen staan, lopen. Ik gaf haar de tip om dan opnieuw haar route weer uit te stippelen en toch weer in een revalidatiecentrum aan de bak te gaan. Dat deed ze. Onlangs stuurde Macy mij een filmpje waarin ze stond. Ik kreeg tranen in mijn ogen. Ik vond het zó geweldig.’

Als hij spreekt over zijn eigen ervaringen, is hij een stuk nuchterder. ‘Ik zie het zo: ik ging het hoekje om, maar werd teruggestuurd om er wat moois van te maken.’

Op 1 september 2016 probeert Nick de zwaardere motor van zijn vriend even uit. Bij een verkeerslicht in Den Haag trekt hij op, geeft waarschijnlijk te veel gas en raakt in een wheely. Oftewel: hij rijdt zo’n zestig meter op één wiel. Volgens ooggetuigen vliegt hij vervolgens als een pingpongbal door de lucht. Hij vliegt hard tegen een paal. Zijn rug en acht ribben breken, zijn long wordt geperforeerd. En toch zal hij het zijn geluksdag noemen. ‘Er reden net een politiewagen en ambulance voorbij en een traumahelikopter kon gemakkelijk landen op Het Malieveld. Een arts kon mij net op tijd helpen, om te voorkomen dat ik aan een longbloeding zou overlijden.’

In zeven maanden Rijndam keek Nick naar wat er wél kon, naar wat er nog meer mogelijk was. ‘Zelfstandig wonen zou een lastig verhaal voor mij worden, maar ik dacht: dat zullen we nog wel eens zien. Ik ruilde nog tijdens mijn revalidatie een maisonnette in voor een huis op de begane grond, waar ik inmiddels naar tevredenheid zelfstandig woon.’ Oefeningen die hij kreeg, breidde hij zelf uit. ‘Ik keek naar de trainingen van mensen die in tegenstelling tot mij wél konden staan, zoals trek- en duwoefeningen met beide armen. Daar maakte ik dan mijn eigen varianten op, omdat ik altijd met één arm steun moest vinden om mijn balans te houden.’

Hij haalde inspiratie uit boeken en publicaties van Marc de Hond en Niek van den Adel en keek veel om zich heen. ‘Iedereen revalideert op zijn eigen manier. Specialisten kunnen je dingen leren, maar het is zeker zo waardevol om naar andere patiënten te kijken. Zo zag ik hoe iemand met een nog hogere dwarslaesie dan ik de auto in ging. Hij slingerde zich via een handgreepje en het dak zo in de wagen. Dat ben ik toen ook gaan proberen.’

Ervaringen uitwisselen, dat mag wat Nick betreft nog wel meer gebeuren. ‘Ervaringsdeskundigheid van anderen heeft een grote meerwaarde voor je revalidatie. Al vind ik het een stom woord. Ja, ik heb ervaring, maar deskundig zou ik mezelf niet willen noemen. Maar ik zie dat het werkt: als je gerichte vragen stelt aan andere patiënten en goed luistert, kun je vanuit je eigen ervaring goed adviseren. Aan de andere kant zie ik ook dat veel mensen moeite hebben met advies of hulp vragen. De schroom die ik niet voel, kunnen anderen wel voelen. Daarom is het goed om veel te praten met elkaar.’ Momenteel bereidt Nick, recruiter van beroep, een nieuw leven als zelfstandige voor. Hij wil ondernemers coachen. Als zijn bedrijfje eenmaal staat, dan toert hij met alle plezier langs revalidatiecentra om te inspireren met zijn verhaal. ‘En dan hoop ik van harte dat iedereen op mij durft af te stappen!’

Nick heeft nog steeds informeel contact met mensen die in hetzelfde schuitje zitten. ‘Ik heb een schitterende tijd gehad in Rijndam. We hadden een hele leuke groep, met veel leeftijdsgenoten. Heel vaak gingen we even de Witte de Withstraat in, om lekker te eten of een biertje te doen. Je kunt zitten mokken, maar wat heb je daar aan? We hebben elkaar niet naar beneden gepraat, we hebben ons aan elkaar opgetrokken. Dat hoort óók bij revalidatie.’