Martijn Klem, sinds 15 augustus de nieuwe directeur van Revalidatie Nederland, wil de revalidatiesector meer voor het voetlicht brengen. ‘De buitenwereld mag gerust weten dat revalidatie enorm kan bijdragen aan de participatie van patiënten
in onze samenleving.’

Toen Martijn Klem (43) te horen kreeg dat Revalidatie Nederland een nieuwe directeur zocht, besloot hij te solliciteren. ‘Ik heb mijn hart verpand aan de revalidatie als vakgebied. De manier waarop professionals in deze sector patiënten weer op de rit krijgen door ze zelf veel te laten doen, spreekt me erg aan. Ook kan ik me helemaal vinden in Revalidatie Nederland als organisatie. Het is mooi dat alle revalidatie-instellingen de handen ineen hebben geslagen om het vakgebied naar een hoger niveau te tillen.’

Voordat Klem aantrad als directeur van Revalidatie Nederland was hij 7,5 jaar directeur van BOSK, een vereniging van en voor mensen met een lichamelijke handicap. In die hoedanigheid kwam hij al veel in aanraking met de revalidatiesector, vertelt hij. ‘Ik heb samengewerkt met Revalidatie Nederland en ook met individuele revalidatiecentra. Verder waren we als BOSK nauw betrokken bij de oprichting van CP-net, een samenwerkingsverband van zorgverleners, onderzoekers en mensen met een cerebrale parese. Vorig jaar heb ik namens patiënten van revalidatiecentra meegewerkt aan de toekomstscenario’s van Revalidatie Nederland.’

U bevindt zich nog steeds in hetzelfde speelveld, maar aan de andere kant van de tafel. Bij BOSK kwam u op voor de patiënten, nu gaat u de belangen behartigen van de zorgverleners in de revalidatie. Is dat een moeilijke switch?
‘Het doel blijft hetzelfde. Je wilt zoveel mogelijk mensen laten profiteren van een optimale revalidatiezorg, zodat ze zelfstandig aan de maatschappij kunnen deelnemen. Nu zal die benadering vooral vanuit de professionele kant zijn.’

Wat maakt u zo geschikt voor deze functie?
‘Ik weet hoe een verenigingsbureau werkt en wat erbij komt kijken als je verschillende leden hebt met gezamenlijke doelen en eigen ideeën en belangen. Die dynamiek is krachtig maar werkt tegelijkertijd ook vertragend. Het betekent immers veel overleg, polderen en dwarsverbanden leggen, zodat je ondanks die verschillende belangen samen toch iets bereikt. Verder ken ik de revalidatie goed. Enerzijds professioneel als voormalig BOSK-directeur maar ook persoonlijk. Mijn zoon Ikar van twaalf heeft cerebrale parese. Ik heb dus ook de bril op van een vader die naar het revalidatiecentrum gaat. Je ziet in het dagelijks leven welke impact het heeft. Dat houdt me extra scherp voor wie we dit allemaal doen.’

Hoe staat de medisch specialistische revalidatie er in Nederland voor?
‘De potentie is gigantisch. De expertise die in de sector is opgedaan met multidisciplinaire zorg gericht op participatie en autonomie staat op een hoog niveau. De behoefte daaraan zal alleen maar toenemen, waarbij revalidatie ook meer ingebed zal raken in zorgnetwerken in de eerste, tweede en derde lijn met de revalidatiearts aan het stuur. De multidisciplinaire aanpak zit in het DNA van de medisch specialistische revalidatie. Maar in dat DNA zit helaas ook een enorme bescheidenheid.’

Hoezo is de sector bescheiden?
‘Ik denk dat de haantjes in de zorg, medische professionals met een grote scoringsdrift, in het algemeen niet kiezen voor de revalidatie. Dat speelt door in je uitstraling. Tegelijkertijd is het ook de kracht van de revalidatie. Veel patiënten hebben geen behoefte aan een haantje voor zich en willen juist iemand die meekijkt en luistert. Toch moeten we wel iets doen aan die bescheidenheid, zodat de rest van Nederland weet wat we kunnen en waarvoor we staan. We hebben nog geen uitgewerkt plan, maar we moeten onbescheiden laten zien waar wij als sector toe in staat zijn.’

Kortom: meer pr. En wat wilt u intern binnen Revalidatie Nederland bereiken?
‘We zijn nu bezig met Revalidatie Nederland 3.0. We willen kijken hoe we ons meer kunnen richten op innovatie en uitbouw van de sector als geheel. Hoe kunnen we het verschil maken in de maatschappij, zodat we groter en sterker worden. We willen ook laten zien dat we van onze leden zijn en voor hen werken. We zijn geen zelfstandig bureau dat zijn eigen gang gaat. Daarom moeten onze medewerkers – die overigens ongelooflijk veel kennis van zaken hebben – nog meer het veld in om te kijken wat er onder onze leden speelt.’

Hoe laadt u zich op naast het werk?
‘Met bergbeklimmen. Inmiddels heb ik zelfs samen met Ikar verschillende bergtoppen in de Alpen bedwongen. Als je dat met kleine stapjes doet en flink doorzet, kun je enorm hoog komen. Dat is een mooie metafoor voor de revalidatie. Voor ons is er geen berg te hoog.’