Om de kinderrevalidatie zo goed mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat ouders en kind de eigen regie krijgen binnen het behandelplan. Dit lukt alleen wanneer de behandelaren daarvoor als team de ruimte bieden. Mede dankzij ergotherapeut Ellen Theunissen van Vogellanden in Zwolle is het gelukt om in haar revalidatiecentrum de neuzen van die professionals dezelfde richting in te krijgen.

Ellen Theunissen kreeg enkele jaren geleden ouders aan tafel die uit zichzelf de eigen regie namen in de behandeling van hun tweejarige zoontje met een neurologische aandoening. ‘In tegenstelling tot veel andere ouders wilden zij zelf bepalen wat er zou gebeuren. Ze kozen er bijvoorbeeld voor de behandeling uit te stellen, totdat het broertje van de peuter naar school ging. Dan had de moeder meer ruimte om naar het revalidatiecentrum te komen. Ik vond dit eigenlijk een heel mooi initiatief.’

De visie van Vogellanden, centrum voor revalidatie en bijzondere tandheelkunde, is gericht op eigen regie. Het gaat hierbij om het coachen van de cliënt naar een zo goed mogelijk leven afgestemd op de persoonlijke behoeften. Voor Theunissen kreeg deze visie toen echt betekenis. Zij begon zich af te vragen waarom veel ouders zich vaak erg afhankelijk opstellen van de deskundigheid van behandelaren en hoe behandelaren ouders kunnen motiveren zelf de regie te nemen en te houden. Tevens was ze benieuwd hoe haar collega’s van de kinderrevalidatie hiermee omgingen. Deze vragen wilde ze beantwoorden via onderzoek tijdens haar master neurorevalidatie & innovatie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Dit resulteerde medio vorig jaar in een masterthesis met de titel: Eigen regie in de kinderrevalidatie; waarom moeilijk doen als het samen kan?

Z-scans en interviews
Eerst legde de ergotherapeut haar collega’s een zogenaamde Z-scan voor. ‘Via deze zelfdiagnose voor eigen regie moesten ze vragen beantwoorden en enkele stellingen poneren. Opvallend was dat iedereen eigen regie belangrijk vond en dat ze allemaal ook welhet idee hadden daar in de praktijk iets mee te doen. Maar vrijwel niemand wist van elkaar hoe ze daarmee omgingen. Hoe de visie op eigen regie vanuit Vogellanden werd vertaald naar de werkvloer, was ook niet helemaal duidelijk.’ Vervolgens interviewde de ergotherapeut zes ouders en twee jongeren van 16 en 18 jaar over dit onderwerp. ‘Ook zij vonden eigen regie in het leven superbelangrijk. Op de vraag wat ze daarvan merkten binnen Vogellanden, keken de meesten me vreemd aan. Zodra mensen de zorg in gaan, blijkt er iets bijzonders met hen te gebeuren. Dan laten ze het meestal overaan de behandelaren. Zij weten immers wat goed voor hen is, is de gedachte.’

Om de doelgroep te kunnen motiveren de eigen regierol op zich te nemen, vroeg Theunissen de zes ouders en twee jongeren wat Vogellanden daarvoor moest doen. Allemaal benadrukten zij dat ze op de eerste plaats naar het centrum komen voor de deskundigheid. Verder lieten ze weten dat goede informatie gewenst is om te kunnen meedenken en -beslissen, dat er een klik moet zijn tussen hen en de behandelaren en dat het behandelplan moet aansluiten op de vragen die zij hebben. Met deze opmerkingen in het achterhoofd gingen de teamleden hun eigen handelen onder de loep nemen en ermee aan de slag, vertelt de onderzoekster. ‘We concludeerden dat je altijd een dialoog moet aangaan en een gemeenschappelijke taal daarin moet ontwikkelen. We hebben een schema gemaakt van stappen naar eigen regie. Daarin staat onder andere dat behandelaren goede informatie moeten bieden, dat zij de ouders en het kind laten meedenken en vragen laten stellen en dat gezamenlijk de behandelroute wordt bepaald. Je hebt elkaar nodig om een goede beslissing te kunnen nemen.

Week van de eigen regie
Om het stappenplan in de hoofden van alle teamleden te krijgen, organiseerde Ellen Theunissen samen met de projectgroep een week van de eigen regie. Tijdens die week kreeg het thema extra aandacht en kwam de dialoog tussen ouders, jongeren en behandelaren, onder andere in de gezamenlijke teambesprekingen, verder op gang. ‘Alle ouders en kinderen hebben we gevraagd om te oordelen of ze tevreden waren of niet. Dit konden ze doen door een rode of groene bal in een doorzichtige pijp te gooien. We waren best trots dat aan het einde van de week er slechts één bal in de rode pijp zat. We proberen nu om de werkwijze te implementeren zodat die beklijft in het DNA van de kinderrevalidatie.’ De ergotherapeut merkt op dat eigen regie zeker niet alleen aan ouders is voorbehouden. Ook de rol van het kind mag daarin volgens haar niet ontbreken. ‘Vandaag had ik een meisje dat net vier jaar was geworden. Zij zit in een rolstoel. Ze kon kiezen uit twee soorten hoepels om die rolstoel voort te duwen. Ik vroeg welke ze het fijnst vond: de oude of de nieuwe. De oude, zei ze heel overtuigend. Zo kunnen we ook haar mening meenemen. Uiteindelijk gaat het erom dat eigen regie het kind ten goede komt.’

Voor meer informatie: pr@vogellanden.nl