Na ontslag uit een ziekenhuis of revalidatiecentrum is het belangrijk dat CVA-patiënten de zorg krijgen die ze nog nodig hebben. Maar niet overal in het land zijn er eerstelijns zorgnetwerken specifiek voor deze doelgroep. Bovendien zijn de bestaande netwerken nogal verschillend van opzet. Het plan is nu te komen tot een landelijke dekking en meer uniformiteit.

Om de geboden zorg te verbeteren, werkt het Rijnlands Revalidatie Centrum (RRC) in Leiden samen met een panel van CVA-patiënten dat meedenkt over wetenschappelijk onderzoek. Een van de kwesties die het panel enige tijd geleden aankaartte, was dat het voor CVA-patiënten na ontslag uit het revalidatiecentrum niet duidelijk is waar ze voor verdere specifieke zorg terechtkunnen. RRC nam dit probleem serieus en besloot uit te zoeken hoe dit landelijk is geregeld. De centrale vraag was: hoeveel eerstelijns CVA-netwerken zijn er in Nederland en hoe zijn die georganiseerd?

Samen beslissen
Voor CVA-patiënten is het belangrijk dat zorgverleners met hen en hun naasten samen beslissen over de zorg. ‘Het is veel beter als de zorg is afgestemd op de wensen en doelen van de patiënt. Die krijgt dan de zorg die echt bij hem of haar past en raakt daardoor gemotiveerder. Bovendien voorkom je overbodige zorg,’ Dat zegt Helene Voogdt, directeur van Kennisnetwerk CVA Nederland. Haar organisatie werkt samen met Revalidatie Nederland, de Vereniging van Revalidatieartsen, Hersenletsel.nl en de kaderartsen Hart- en Vaatziekten aan het project Samen beslissen in de CVA Revalidatie. Het idee is dat zorgverleners met CVA-patiënten de voor- en nadelen van de behandelopties bij belangrijke keuzedilemma’s doornemen, om gezamenlijk tot een behandelplan te komen. In vijf CVA-zorgketens wordt deze aanpak nu geïmplementeerd, met de hulp van regionale multidisciplinaire teams. Zij trainen met andere zorgverleners uit hun regio in samen beslissen. Daarnaast maken zij voor een aantal keuzedilemma’s regionale werkkaarten waarin de mogelijkheden voor zorg in de eerste en tweede lijn worden uitgeschreven. Projectleider Voogdt: ‘Door deze werkkaarten krijgen zorgverleners - en ook patiënten - beter zicht op het regionale zorgaanbod. Dit ondersteunt het proces van samen beslissen. Ook gaan we een digitale CVA-zorgzoeker ontwikkelen die dat regionale zorgaanbod zichtbaar maakt.’

Informatie www.kennisnetwerkcva.nl

 

 

 

 

 

 

Een van de betrokken onderzoekers is Thea Vliet Vlieland. Zij is hoogleraar doelmatigheid van revalidatieprocessen, in het bijzonder fysiotherapie, aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). ‘Het was lastig deze netwerken te traceren. Uiteindelijk hebben we er vijftien gevonden. Dat is natuurlijk veel te weinig voor Nederland. Eerstelijns CVA-zorg is immers niet alleen belangrijk na ontslag uit het revalidatiecentrum, maar ook voor mensen met een beroerte die na het ziekenhuis direct naar huis gaan. Dat is tegenwoordig, mede dankzij de verbeterde behandelmogelijkheden, toch de overgrote meerderheid. Veel van hen hebben ook beperkingen.’

Grote variatie
De Leidse wetenschappers ondervroegen de coördinatoren van de bestaande netwerken via interviews en vragenlijsten, en netwerkleden vulden een vragenlijst in. Zo ontstond er een beeld van de vijftien eerstelijns CVA-netwerken. Vliet Vlieland: ‘We zagen een enorme variatie. De grootte van de netwerken liep uiteen van 4 tot 140 leden. De meeste zijn samengesteld uit professionals van verschillende disciplines, zoals fysio- en ergotherapeuten en logopedisten. Maar sommige bestaan uitsluitend uit fysiotherapeuten. Er zijn netwerken die zich alleen richten op CVApatiënten en andere die een bredere doelgroep bedienen, zoals alle mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Verder is er geen eenduidigheid in eisen ten aanzien van de gewenste deskundigheid van de netwerkleden.’

Ter afsluiting van het onderzoek organiseerden de onderzoekers afgelopen zomer een conferentie in Utrecht. Vertegenwoordigers van eerstelijns CVA-netwerken, ziekenhuizen, revalidatiecentra, geriatrische revalidatiezorg, zorgverzekeraars en beroepsorganisaties kregen daar de studieresultaten te horen en gingen met elkaar in discussie. Vliet Vlieland vertelt dat de wens groot bleek om tot landelijke afspraken te komen. ‘Er moeten niet alleen meer netwerken komen verspreid over het land, maar iedereen vond ook dat die voor transparantie moeten voldoen aan bepaalde minimale eisen. Dat geldt eveneens voor de scholingseisen voor alle netwerkleden. De patiënt heeft recht op goede deskundige zorg, ook in de eerste lijn.’

Voormalig advocaat Peter Verhaag (60) uit Noordwijk kreeg bijna tien jaar geleden een hersenbloeding. Hij raakte halfzijdig verlamd. ‘Na opname in het ziekenhuis ging ik naar Rijnlands Revalidatie Centrum, waar ik 3,5 maand intensief heb getraind. Ik kon weer praten en pasjes buiten de rolstoel zetten. Na ontslag uit het revalidatiecentrum ben ik zelf op zoek gegaan naar een fysiotherapeut voor verdere begeleiding. Via een kennis had ik iemand gevonden. Bij deze fysiotherapeut ben ik een paar jaar in behandeling geweest, maar dat leverde weinig op. Er was geen behandelplan en ik kreeg te horen dat er toch niets aan te doen was. Uiteindelijk ben ik op advies van mijn zoon bij mijn huidige fysiotherapeut terechtgekomen. Een jonge vent die er alles aan doet om op de hoogte te blijven van de therapiemogelijkheden voor CVA-patiënten. Dankzij hem kan ik mijn verlamde rechterzijde beter en meer bewegen, waardoor ik bijvoorbeeld makkelijker kan autorijden. Jammer dat ik niet direct na het revalidatiecentrum goede hulp had gekregen. Wanneer er bij een estafette het stokje niet wordt doorgegeven, gaat het ook mis. Het is dan ook een goed initiatief om eerstelijns CVA-netwerken op te zetten.’  

 

 

 

 

Optimale communicatie
RRC en Sophia Revalidatie in Den Haag zijn nu zelf begonnen met het opzetten van een eerstelijns CVA-netwerk. Ook elders in het land zijn nieuwe initiatieven. Vliet Vlieland pleit ervoor dat de projecten goed op elkaar worden afgestemd en landelijk worden ondersteund. ‘Gelukkig staat het onderwerp nu landelijk op de kaart. Belangrijk is dat er straks binnen elk CVA-netwerk een goede uitwisseling van kennis en ervaring op gang komt. Niet alleen vanuit de ziekenhuizen en de revalidatiecentra naar de eerstelijn maar juist ook andersom. Want de patiënt heeft baat bij een goede communicatie tussen zorgverleners.’

Informatie: www.cvanetwerken.rrc.nl