Wat is de beste behandeling bij arm- en handproblemen na een CVA? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden en daarom verschilt de aanpak behoorlijk van plaats tot plaats. Om tot meer eenduidigheid te komen, verdiepten onderzoekers van Adelante zich in de materie. Het resultaat: een behandelconcept gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Het vindt al navolging.

Veel mensen hebben na een CVA, ofwel beroerte, aan één zijde een verlamming van de arm en hand. Dit kan natuurlijk allerlei problemen geven in het dagelijks leven. Fysiotherapeuten en ergotherapeuten bij revalidatie-instellingen proberen cliënten zo efficiënt mogelijk te begeleiden. Daarbij staan ze echter voor uitdagingen, die te maken hebben met verschillende factoren:

 

De heterogeniteit van de problematiek.

De snelle ontwikkeling van neurologische kennis, en daarmee van inzicht in de principes van herstel en behandeling.
De snelle ontwikkeling van technieken die in de behandeling ingezet kunnen worden, zoals high-tech handortheses voor cliënten met een fors aangedane arm en hand.
De toenemende behoefte om cliëntgericht maar tegelijk ook geproto-colleerd te werken.
Om fysiotherapeuten en ergotherapeuten in staat te stellen hun behandeling verder te optimaliseren, is - rekening houdend met deze factoren - het behandelconcept CARAS ontwikkeld. CARAS staat voor Consise Arm and hand Rehabilitation Approach in Stroke.

 

Drie behandelprogramma's 

CARAS deelt om te beginnen op basis van de Utrechtse Arm-hand Test (UAT) revalidanten in naar de mate van hun arm- en handproblemen: ernstig, matig of mild. Vervolgens is er voor iedere groep een behandelprogramma, steeds met een eigen behandelthema. Voor mensen met ernstige problemen is het programma gericht op het goed positioneren en verzorgen van de aangedane arm en hand, zodat die soepel en klachtenvrij blijven. In de programma’s voor mensen met matige of milde problemen worden, uitgaand van persoonlijke doelen, veel verschillende dagelijkse taken intensief getraind. Dit gebeurt vaak in spelvorm of als circuittraining. De grote verscheidenheid in het aanbod van taken versterkt het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om arm-handvaardigheidsproblemen op te lossen. Dit is een aspect van self-efficacy, ofwel het vertrouwen in het eigen kunnen. Wetenschappelijk is aangetoond dat meer self-efficacy leidt tot betere trainingsresultaten en tevens tot betere generalisatie naar andere, nietgetrainde taken. Om de self-efficacy te vergroten, wordt bijvoorbeeld gezorgd dat revalidanten succeservaringen opdoen en dat ze inzicht krijgen in de manieren waarop ze hun aangedane arm en hand kunnen inzetten. Alle behandelprogramma’s duren zes weken; de programma’s voor mensen met matige en milde problemen kunnen met maximaal zes weken worden verlengd. Doordat wordt gewerkt met modules kan de behandeling eenvoudig worden aangepast aan persoonlijke revalidatiedoelen.

 

Nieuwe elementen 

Binnen CARAS is ruimte om nieuwe ontwikkelingen uit te proberen zonder grote logistieke gevolgen voor het behandelproces. Dit komt doordat de behandeling is opgebouwd uit op elkaar volgende therapieblokken, die eenvoudig vervangen kunnen worden. 

CARAS is ingevoerd bij Adelante revalidatiecentrum, met goed resultaat. Op dit moment wordt het beloop van de arm-handfunctie en de armhandvaardigheid bij revalidanten die de behandeling volgen nader onderzocht. Ondertussen werken behalve Adelante ook Rijndam en de Sint Maartenskliniek al met CARAS; andere revalidatiecentra hebben interesse getoond.

Han Franck (ergotherapeut) & Henk Seelen (bewegingswetenschapper) - onderzoekers Adelante 

Meer informatie over CARAS is verkrijgbaar bij h.franck@adelante-zorggroep.nl.