In de revalidatie is de planning van de therapieën nogal een dingetje. Er komt veel bij kijken. Is de ruimte beschikbaar? Is de behandelaar beschikbaar? En o ja, hoe ziet het rooster van de revalidant er eigenlijk uit?

Wat klopt er niet in deze werkwijze? Deze vraag heb ik gesteld aan onze therapeuten. Hun antwoord: ‘Dit is de omgekeerde wereld. We willen de revalidanten centraal stellen, maar nu zijn ze sluitstuk in plaats van beginpunt.’ Als we de revalidant als beginpunt nemen, kan de planning heel simpel zijn. Hoe? Met behulp van de LEAN benadering. Dat werkt als volgt: voor de revalidant wordt een ideaal pad met therapieën uitgezet in de gewenste volgorde en frequentie. Vervolgens zorgen de vakgroepen van therapeuten dat de geplande therapieën worden uitgevoerd.

Maar wat nou als een therapeut ziek is? Dan lossen we dat samen op, door óf een invaller te regelen óf revalidanten samen te voegen óf een collega van een andere vakgroep in te schakelen. Kan dat zomaar? Niet zomaar, we moeten onze collega heel goed instrueren en eventueel begeleiden. Is dat zo gemakkelijk? Nee zeker niet, dat moeten we leren met elkaar, door iedere morgen af te stemmen bij het dagstartbord en door te denken in mogelijkheden. Door creatief te zoeken naar nieuwe oplossingen die soms afwijken van de standaard.

Natuurlijk blijft het soms ingewikkeld, je slaat als team met vallen en opstaan een nieuwe weg in. Coaching door de manager en LEAN-manager is daarbij cruciaal. Die leren ons hoe we kunnen omgaan met het onvermijdelijke gedoe dat ontstaat. En vooral ook dat we op ons gezond verstand mogen vertrouwen, juist als regels lijken te verhinderen om te doen wat goed is voor de revalidant.

Dit is werken conform de LEAN-filosofie. Is LEAN nu een doel? Nee, LEAN is een middel om terug te keren naar het doel: de mens.

Fenna Eefting - bestuurder Vogellanden