Voor kinderen die moeite hebben met de regels in het sociale verkeer ontwikkelde Rijndam Revalidatie de training Cirkels van Nabijheid. Het centrum won er de Ipsen Revalidatie Jaarprijs mee. Met het daaraan verbonden geldbedrag gaat Rijndam de training beschikbaar maken voor professionals elders in het land, zodat ook daar kinderen ervan kunnen profiteren.

Cirkels van Nabijheid is ontwikkeld voor kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking die moeite hebben met het aanvoelen van sociale grenzen of met het aangeven van eigen grenzen. Inez van der Ham, kinderrevalidatiearts bij Rijndam: ‘We merkten dat er veel behoefte is aan deze training. Ouders maken zich zorgen dat hun kind iets vervelends kan overkomen, bijvoorbeeld omdat het kind iedereen zomaar vertrouwt. Ik merk het zelf ook tijdens mijn werk: dan kruipt een kind tijdens een controleafspraak bij mij op schoot. Dat is iets wat je natuurlijk eigenlijk niet doet bij de dokter. Vandaar dat we deze training hebben ontwikkeld.’

Cirkels van Nabijheid kan individueel worden gedaan met één kind. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om twaalf bijeenkomsten van een half uur. Daarnaast zijn er enkele bijeenkomsten met de ouders. Zij leren hoe ze thuis hun kind zelf kunnen helpen om weerbaarder te worden.

Als de training met een groep wordt gedaan, meestal een klas in het speciaal onderwijs, worden de leerkrachten en andere begeleiders erbij betrokken. Zij geven aan welke punten ze voor hun groep het belangrijkst vinden, en ze worden bijgeschoold zodat ze de methodiek in het vervolg ook zelf kunnen blijven toepassen.

 

 

 

 

Kwetsbaarder

Hoe komt het dat kinderen meer moeite hebben met grenzen? ‘Waarschijnlijk zijn er meerdere oorzaken die daartoe bijdragen. Deels is het te verklaren door verstandelijke beperkingen en kinderpsychiatrische problemen die vaker voorkomen. Maar ook zien we dat kinderen vanaf hun vroege jeugd in aanraking zijn met veel verschillende volwassenen, bijvoorbeeld tijdens therapieën en verzorgingsmomenten, en bij medische behandelingen en controles in het ziekenhuis. Van kinderen wordt daar verwacht dat ze meewerken, maar dat kan gevolgen hebben voor hun lichaamsbeleving. Kinderen leren niet om grenzen aan te geven en om soms mensen op afstand te houden. Maar juist voor deze kinderen is het extra hard nodig om dat wél te leren, omdat ze kwetsbaarder zijn en door hun beperking meer te maken hebben met mensen die heel dichtbij komen.’


Verschillende groepen

In de training leren kinderen en jongeren op speelse wijze dat de mensen die ze tegenkomen tot verschillende groepen behoren. ‘Ze gaan mensen uit hun omgeving in verschillende cirkels plaatsen. Zo leren ze dat er cirkels zijn voor mensen die dichtbij ze staan en cirkels voor mensen die verder van ze afstaan, en ook dat er voor elke cirkel andere sociale normen bestaan. We doen oefeningen: wie groet je, wie knuffel je, wie geef je een hand, met wie ga je mee? Op deze manier worden kinderen weerbaarder gemaakt en leren ze ook in toenemende mate baas te zijn over hun eigen lichaam. Ze leren wat ‘eigen ruimte’ is, wat intieme zones zijn en wanneer je recht hebt op privacy. Ook leren ze wat te doen bij grensoverschrijdend gedrag van anderen.’


Zelf toepassen

In november nam Inez van der Ham tijdens een congres van de Vereniging van Revalidatieartsen namens het team de Ipsen Revalidatie Jaarprijs voor innovatieve patiëntenzorg in ontvangst. Aan de prijs is een geldbedrag van 20.000 euro verbonden, een bedrag dat zal worden gebruikt voor verspreiding van de training. Daartoe gaat Rijndam onder andere eind 2018 een train-de-trainerworkshop aanbieden, bestemd voor revalidatie- en onderwijsprofessionals, en een werkboek over de methode. Van der Ham: ‘Na die workshop kunnen ze straks zelf de methode gaan toepassen, en wij hopen dat dat veel zal gebeuren. Het is heel mooi om te zien dat kinderen na het volgen van deze training weerbaarder zijn en beter kunnen omgaan met sociale situaties. Natuurlijk los je in één training niet de hele achterstand ten opzichte van andere kinderen op, maar de training is wel een goede bouwsteen. Het is een stap naar meer zelfstandigheid in het dagelijks leven, en daarbij verdienen deze kinderen onze steun.’

Een ouder vertelt: ‘Als ik mijn dochter van negen meeneem naar de supermarkt kan ik haar nu met een gerust hart vragen om bijvoorbeeld een pak melk te halen. Ze komt dan bij mij terug. Voorheen moest ik haar zoeken en stond ze vaak met een vreemde te praten. Ze zou ook met elke vriendelijke vreemde zijn meegegaan. Door de training is mijn dochter gaan beseffen dat zij de baas is over haar eigen lichaam. Een gevolg was bijvoorbeeld dat ze niet meer onder de douche wilde. Dat was even onhandig, maar ik zie het als groei. Een ander kind van die leeftijd wil ook niet altijd onder de douche.’

Een leerkracht: ‘Ik heb elke dag profijt van de training die is gedaan in mijn groep. De kinderen hebben bijgeleerd, maar wij als begeleiders ook. Voorheen hadden we op school geen richtlijnen over wat je wel en niet doet. We hadden bijvoorbeeld nooit besproken of kinderen op schoot mogen zitten bij de leerkracht en wat je doet als een kind troost nodig heeft. Elke leerkracht besliste dat voor zichzelf. Nu hebben we afspraken gemaakt, natuurlijk kijkend naar de leeftijd van de kinderen. Ik geef les aan kleuters: zij mogen even op schoot als ze pijn of verdriet hebben, maar ze weten ook dat dat maar een paar minuten zal zijn. De duidelijke grenzen en afspraken zijn precies wat deze leerlingen nodig hebben.’